‘Mitswe’ – Column van Rob Fransman

Hotel Saul. Screenshot Facebook

We zijn een paar dagen in Tel Aviv. We wonen in hotel Saul, een betaalbare aanrader aan de Tchernikovkistraat. Saul Tchernikovski was een dichter/schrijver waar ik nooit iets van heb gelezen en waar ik zelfs op Google niets vind. Toch is er in ieder Israëlisch stadje wel een straat naar hem genoemd. Zo gek is dat niet. Weet u wie Tweede van Swinden was? (Grapje van Gerard van het Reve)

Ons straatje is heel stil maar het is vlak bij het drukste punt van oud Tel Aviv, op de kruising van Allenby en de Carmelmarkt. Daar komt een ouderwetse sjnorrer ons tegemoet. Vlak voor onze neus houdt hij ietwat dwingend zijn hand op. “Ten li masjehoe le Sjabbbat,” zegt hij. Geef me wat voor de Sjabbbat! Kennelijk houdt hij ons voor Tel Avivians. We negeren hem, je kunt aan de gang blijven. Maar even later zien we hem weer. Hij komt de winkel binnen waar we wat rondkijken. De nog jonge man, orthodox maar niet armoedig gekleed, negeert nu ons. Hij loopt rechtstreeks naar de eigenaresse. Er ontspint zich het volgende gesprekje:

‘Kun je iets missen voor de Sjabbbat?’

‘Nee’

‘Waarom niet?’

‘Daarom niet!’

‘Maar het is voor de heilige Sjabbbat!’

‘Oi?! Het is pas maandag!’

‘Nou dan niet!’

Bokkig verlaat hij de winkel en moppert in zijn baard maar hard genoeg opdat iedereen het hoort: ‘Gierige Joden!’

De winkelierster vertelt ons lachend dat de man iedere dag komt maar hardleers is. Alleen op vrijdagmorgen krijgt hij wat geld. Dat weet hij best maar hij blijft het steeds weer proberen.

De volgende dag komen we hem op Allenby weer tegen. Nu geef ik hem wel een paar shekel. Een bedankje kan er niet af. Terecht! Hij heeft immers recht op dat geld! Hij doet mij een plezier, tsedaka is een mitswe voor de gever. Zo is dat!

Tsedaka = (geld geven aan arme mensen of goede doelen)

Mitswe = Goede daad

Advertentie (4)