Oud-premier Dries van Agt, een van de markantste Nederlandse politici van de afgelopen decennia, groeide op in een katholiek gezin in Brabant en stond later bekend om zijn uitgesproken standpunten over Israël en de Palestijnen. Zijn politieke loopbaan, diepe wortels in het katholieke geloof en zijn betrokkenheid bij het Israëlisch-Palestijns conflict hebben hem zowel lof als kritiek opgeleverd.
Van Agt werd geboren als Andreas Antonius Maria van Agt op 2 februari 1931 in Geldrop. Zijn vader was directeur van een textielfabriek, waardoor hij in een degelijk middenklassegezin opgroeide. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Van Agt als tiener de Duitse bezetting mee. Later vertelde hij dat deze periode hem een blijvend wantrouwen tegen totalitaire regimes gaf, iets wat zijn latere politieke keuzes zou beïnvloeden.
Na de oorlog ging Van Agt rechten studeren in Nijmegen, waar hij in 1955 promoveerde op een proefschrift over internationaal strafrecht. Zijn studieperiode viel samen met een tijd van wederopbouw, waarin Van Agt actief was binnen de katholieke studentenbeweging. Hij stond bekend als een briljante student, die zijn geloof verbond met een sterk rechtsgevoel.
Opkomst in de politiek en premierschap
Na zijn studie werkte Van Agt als jurist en later als hoogleraar strafrecht in Nijmegen. In 1968 werd hij benoemd tot directeur-generaal op het Ministerie van Justitie, waarna hij in 1971 staatssecretaris en kort daarna minister van Justitie werd in het kabinet-Biesheuvel.
In 1977 volgde Van Agt Joop den Uyl op als premier en leidde hij een kabinet van het CDA en de VVD, dat bekendstond om een rechtse koers na de progressieve jaren onder Den Uyl. Zijn periode als premier (1977-1982) werd gekenmerkt door economische uitdagingen en de strijd tegen werkloosheid. Van Agt stond bekend om zijn eloquente taalgebruik en zijn soms barokke formuleringen, die hem een zekere charme gaven in de media.
Persoonlijk leven en katholiek geloof
Van Agt trouwde met Eugenie Krekelberg, met wie hij drie kinderen kreeg. Zijn katholieke geloof bleef een rode draad in zijn leven en beïnvloedde zijn opvattingen over ethische en internationale vraagstukken. Na zijn politieke loopbaan zou Van Agt zich steeds meer bezighouden met vraagstukken van vrede en rechtvaardigheid, in het bijzonder in het Midden-Oosten.
Van Agt en de Drie van Breda
Tijdens zijn periode als minister van Justitie speelde Van Agt een belangrijke rol in de kwestie rond de Drie van Breda, drie Duitse SS’ers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland betrokken waren bij deportaties van Joden en andere oorlogsmisdaden. Na de oorlog waren ze tot levenslang veroordeeld en zaten ze vast in de Koepelgevangenis van Breda.
In 1972 wilde Van Agt instemmen met hun vrijlating, wat leidde tot grote maatschappelijke verontwaardiging en protesten, ook vanuit de Joodse gemeenschap in Nederland. De vrijlating ging uiteindelijk niet door, maar de kwestie zou Van Agt’s loopbaan en zijn relatie met de Joods Nederland nog jarenlang negatief blijven beïnvloeden.
Van Agt en Israël: van sympathie naar kritiek
In de beginjaren van zijn carrière voelde Van Agt naar eigen zeggen een sympathie voor Israël. In de loop van de jaren negentig begon hij zich echter steeds meer te verdiepen in het lot van de Palestijnen. Hij kwam tot de overtuiging dat het Israëlische beleid in de bezette gebieden leidde tot onderdrukking en schendingen van mensenrechten. Volgens Van Agt had Europa de morele plicht de Palestijnse zaak te steunen, een standpunt waarvoor hij veel kritiek kreeg vanuit zowel Israël als de Joodse gemeenschap in Nederland. Overigens was Van Agt ook tijdens zijn premierschap al kritisch op aspecten van Israëls beleid, zoals tijdens de Libanese burgeroorlog in 1982.
Spanningen met de Joodse gemeenschap en Hans Knoop
Deze verandering in houding bracht Van Agt in conflict met prominente leden van de Joodse gemeenschap in Nederland, waaronder journalist Hans Knoop, bekend van zijn onthullingen over oorlogsmisdadiger Pieter Menten. Knoop beschuldigde Van Agt ervan dat zijn kritiek op Israël soms te eenzijdig was en te weinig oog had voor de veiligheidszorgen van Israël zelf.
Van Agt pareerde deze kritiek door te benadrukken dat zijn steun aan de Palestijnen niet voortkwam uit vijandigheid jegens Israël of het Joodse volk, maar vanuit zijn overtuiging dat vrede alleen mogelijk was met rechtvaardigheid voor de Palestijnen. In interviews zei hij regelmatig: “Ik ben geen antisemiet, ik strijd tegen onrecht.”
Nevenfuncties en opkomst voor de Palestijnen
Na zijn politieke loopbaan werd Van Agt diplomatiek vertegenwoordiger van de Europese Unie in Japan en de Verenigde Staten. Daarnaast bleef hij zich inzetten voor internationale rechtvaardigheid. In 2009 richtte hij The Rights Forum op, een pro-Palestijnse lobbyorganisatie die zegt te pleiten voor een rechtvaardig Midden-Oostenbeleid op basis van internationaal recht.
Van Agt reisde meerdere malen naar de Palestijnse gebieden, waar hij zich uitsprak tegen de nederzettingenpolitiek van Israël en de “blokkade van Gaza”. Hij noemde het bezettingsbeleid een van de grote morele kwesties van onze tijd en pleitte voor gerichte sancties tegen Israël, zoals de boycot van producten uit nederzettingen, zolang de bezetting voortduurt.
Zijn activisme leidde tot spanningen met voormalige politieke vrienden en leidde tot stevige kritiek van onder meer het CIDI en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap, die vonden dat Van Agt de complexiteit van het conflict onvoldoende erkende. Zelf bleef Van Agt benadrukken dat zijn inzet voortkwam uit dezelfde morele overtuigingen die hem ook tijdens zijn premierschap hadden gedreven.
Ronny Naftaniel over Dries van Agt
“Aan het memoriam over oud-premier Dries van Agt wil ik graag zijn dubieuze verhouding tot Israël toevoegen. Van Agt zag zichzelf als een pro-Israël man, die tijdens een reis naar Bethlehem (let op de symboliek) ‘het licht zag’ en zich vanaf dat moment ging inzetten voor de Palestijnse zaak. In werkelijkheid was Van Agt voor Israël de meest kritische premier die Nederland ooit heeft gehad. In 1982 sprak hij op een CIDI-symposium in Amsterdam (zie foto). Toenmalig premier van Agt zei toen: “Israël kan niet de hoop op vrede en veiligheid koesteren door wapengeweld, het eenzijdig doden en het overtreden van internationale wetten.” De toenmalige Israëlische ambassadeur Nechustan reageerde woedend. Een maand later pleitte Van Agt voor het opschorten van het handelsverdrag met Israël, een eis die hij later als oprichter van The Rights Forum nog vaak zou herhalen. In die rol noemde Van Agt het “volslagen onzin om te hopen op een tweestatenoplossing. Die komt er ook niet.” Hij stelde bovendien dat de Joden Israël aan de Tweede Wereldoorlog te danken hadden en dat zij beter een staat in Duitsland hadden kunnen krijgen, niet in het Midden-Oosten. Daarmee ging hij voorbij aan de eeuwenoude Joodse aanspraken op het land. Van Agt weigerde in latere jaren steevast om publiek de discussie met mij aan te gaan. Eind 2007 spraken we beiden aan de Universiteit in Nijmegen. Voordat ik begon, was hij al vertrokken. Zijn overlijden maakt het helaas niet meer mogelijk hem – die zichzelf ooit een “ariër” noemde – publiekelijk uit te dagen over zijn op zijn minst ongemakkelijke verhouding tot Israël en de Joodse gemeenschap.”
Erfenis en blijvende invloed
Van Agt is een van de weinige Nederlandse oud-premiers die na zijn politieke loopbaan een duidelijk activistische rol heeft aangenomen, vergelijkbaar met internationale figuren als Jimmy Carter. Zijn uitgesproken stellingname over Israël en de Palestijnen heeft het debat in Nederland aangescherpt, waarbij zijn morele stem zowel lof als kritiek ontving.
Zijn relatie met de Joodse gemeenschap bleef tot zijn dood complex. Waar hij voor sommigen een voorvechter van rechtvaardigheid was, zagen anderen hem als een man die eenzijdigheid niet schuwde.




