Chanoeka 5761: een nieuw begin?

Tom Spiero geeft wekelijks zijn visie op de Israëlische politiek en maatschappij. Zijn bewoordingen zijn helder. “Zeg mij na: Apartheid is geen alternatief, apartheid is geen alternatief.”

Wij zijn gewend om terug te kijken en te gedenken en te vieren wat
geweest is. Hoewel het – nu tenminste nog – geen gebeurtenis van
historische betekenis is dat joods.nl on line gaat, voel ik mij toch
uitgedaagd om vooruit te kijken. Ik nodig u uit om dat wekelijks met
mij te doen. Meestal zal dat gaan over politieke en maatschappelijke
ontwikkelingen in Israël, of gebrek daaraan. Ik verwelkom commentaar,
desgewenst persoonlijk gericht aan mij.

Gebrek aan gevoel voor drama kan Ehud Barak niet verweten worden. De
politieke partijen in de Knesset zijn druk bezig hun positie te bepalen
en te bekijken hoe zij het meest profijt kunnen trekken van het al dan
niet steunen van de tweede en derde lezing van het voorstel tot
algemene verkiezingen. Terwijl zij de prijs bepalen voor het al dan
niet steunen van de intrekking van de wet op de rechtstreekse
verkiezing van de minister-president, verklaart Barak motse Sjabbat
doodleuk dat hij aftreedt als minister-president. Hierdoor moeten
binnen zestig dagen verkiezingen voor een nieuwe minister-president
gehouden worden. Zittende leden van de Knesset kunnen zich kandidaat
stellen.

Anderhalf jaar heeft Barak het – met pappen en nat houden – uit kunnen
houden. In die achttien maanden heeft hij een groot deel van zijn
aanhang van zich vervreemd. En van de coalitie waarmee hij begon is
niets meer over. Israël Echad – zijn zelfgemaakte partij waarin Avoda,
Meimad en Gesjer (waar zijn David en Maxime Levi gebleven?) zouden
moeten opgaan Рbestaat niet meer. Zelfs Avoda staat niet als ̩̩n man
achter Barak.

Barak en Sharon probeerden al geruime tijd hun wankele machtspositie te
consolideren door de vorming van een “noodregering van nationale
eenheid”. Wat hen bindt is de zorg om verlies van persoonlijke macht.
Die basis bleek, tot mijn genoegen, te smal. De “Al Aqsa Intifada”
rechtvaardigt geen noodregering. Het voortbestaan van de staat wordt er
niet door bedreigd.

Door zijn manoeuvre heeft Barak de situatie wel naar zijn hand gezet.
Onderhandelen over verkiezingen of de directe verkiezing van de
minister-president is nergens meer voor nodig. Hij heeft feiten
geschapen. En daarmee de terugkeer van Benyamin “Bibi” Netanyahu voor
nu geblokkeerd. Want Bibi kan bij deze verkiezingen geen kandidaat
zijn. Hij zit niet in de Knesset.

Israël zou Israël niet zijn wanneer nu niet geprobeerd werd met de
zogenoemde basiswet de regering zo aan te passen dat Bibi zich toch
verkiesbaar kan stellen. In dit proces worden alle rechtsregels
achteloos terzijde geschoven door gelegenheidswetjes. En dan te
bedenken dat een basiswet het alternatief is voor een – nog immer
afwezige – grondwet.

Ik zie niet in hoe een herkozen Barak kan rekenen op een vruchtbaarder
samenwerking met dezelfde Knesset dan nu het geval is. Het is niet uit
te sluiten dat de Knesset alsnog tot algemene verkiezingen besluit.
Omdat de huidige situatie zich niet eerder heeft voorgedaan wordt hoe
dan ook parlementaire geschiedenis geschreven in Israël.

Verkeert de staat dan helemaal niet in gevaar wanneer de omstandigheden
geen noodregering rechtvaardigen? Was dat maar waar. Een noodregering
is een adequaat antwoord op een situatie waarin politieke verschillen
komen te vervallen. In Israël echter lopen de politieke verschillen van
inzicht steeds verder uiteen. Tegelijkertijd neemt de acceptatie van
democratische normen en waarden af. Althans, de anti-democratische,
gedeeltelijk theocratische minderheid weet haar stem nog steeds
politieke macht te geven door die toe te voegen aan die krachten die
denken dat “apartheid” binnen een Groot Israël een optie is.

Zeg mij na: “Apartheid is geen alternatief, apartheid is geen
alternatief.” Het is ethisch verw