Europa moet druk op Arafat nu opvoeren

De op 12 september aangetreden Israëlische ambassadeur in Nederland, Eitan Margalit, gelooft nog steeds in het vredesproces met de Palestijnen. Voorwaarde is volgens hem wel dat de internationale gemeenschap tot actie overgaat.

Voor Arafat was het ‘alles of niets’. Toen hij inzag dat niet al zijn
eisen – waaronder het volledige recht op terugkeer, wat de vernietiging
van de joodse staat zou inhouden – ingewilligd werden, wees hij het
onderhandelingsproces af. Omdat hij zich hierdoor blootstelde aan
internationale afkeuring, besloot hij over te gaan tot een zorgvuldig
georganiseerde geweldscampagne in een poging de aandacht af te leiden
van zijn onvermogen als leider en om compromissen te sluiten in naam
van de vrede.

Het is duidelijk dat het vanaf het begin de bedoeling van de
Palestijnen was om steeds meer concessies uit Israël te wringen, zonder
ooit aan te geven waar hun eisen ophouden. Er kan geen oplossing komen
voor dit conflict zo lang de Palestijnse leiders teruggrijpen naar
geweld wanneer hun eisen niet volledig worden ingewilligd.

De strategie van het Palestijnse leiderschap kreeg desastreuze gevolgen
voor de onderlinge verhoudingen tussen het Israëlische en het
Palestijnse volk. De door de Palestijnse overheid uit de gevangenis
losgelaten terroristen werden aangemoedigd gruweldaden te plegen tegen
het Israëlische volk.

De Palestijnse veiligheidsdiensten hebben hier zelf ook aan
deelgenomen. Bovendien is er een voortdurende samenwerking tussen
Palestijnse terroristen en fundamentalistische groeperingen in andere
landen. Dat betreft de extremistische Libanese Hezbollah en er zijn
sympathiebetuigingen voor Osama bin Laden en zijn al-Qaeda netwerk.

Er wordt soms beweerd dat de Palestijnse overheid de controle over zijn
eigen mensen heeft verloren, omdat er wel vier verschillende gewapende
groeperingen zijn, die ieder met hun eigen beweegredenen aanslagen
plegen. Israël twijfelt er niet aan dat Arafat die controle nog steeds
heeft. Het omgekeerde zou onvoorstelbaar zijn, omdat er dan geen
partner meer is, die Israël kan helpen een vreedzame toekomst op te
bouwen.

De werkelijke vraag is echter of Arafat hiertoe bereid is. Het antwoord
hierop is dat hij een beslissing over zijn eigen toekomst moet nemen.
Een leider kan niet met tegenzin leiderschap bedrijven en toch leider
te blijven. Daarom is dit de ultieme test van moedig leiderschap.

Sinds 11 september is de internationale gemeenschap verwikkeld in een
oorlog tegen terrorisme. De coalitie tegen terrorisme laat een
duidelijke boodschap horen: geweld en terroristen kunnen niet beloond
worden – nergens en nooit. De coalitie heeft gelijk, ‘goed’ terrorisme
bestaat niet. Er bestaat geen rechtvaardiging voor het doden van
onschuldige mensen, mannen, vrouwen en kinderen, in New York, Londen,
Tel Aviv of Algiers.

De toezegging van de Palestijnse overheid om terrorisme opererend
vanuit eigen grondgebied te voorkomen, is één van de hoofdbestanddelen
van alle overeenkomsten die in het verleden met Israël ondertekend
zijn. Zo’n belofte was ook onderdeel van het door beide partijen
aanvaarde rapport-Mitchell en het Tenet-document. Arafat verzekerde dit
ook aan minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres tijdens hun
ontmoeting op 26 september 2001. Maar het heeft allemaal niet mogen
baten.

Daar de Palestijnse autoriteiten gefaald hebben zich in te zetten
terreur te bestrijden en de beloftes aan Israël waar te maken, zag
Israël zich gedwongen zelf de terreur aan te pakken en daarbij alle
beschikbare middel in te zetten om geplande aanvallen te voorkomen.

Er bestaat echter nog steeds de hoop dat het terrorisme een halt
toegeroepen kan worden en dat het vredesproces een nieuwe aanzet kan
krijgen. Daarvoor moet de internationale gemeenschap bereid zijn om nu
in actie te komen. Dit vereist realisme in plaats van naïviteit, actie
ondernemen in plaats van zich terug te trekken. Yass