Schrijven van sefer Tora voor de heiligheid en mitswa.

Precisiewerk wordt gekroond. Precies 3312 jaar geleden vond de meest monumentale gebeurtenis in de Joodse geschiedenis plaats: de wetgeving op de berg Sinai.

Toen Mosje omhoog klom om de Tora te ontvangen, trof hij G’d aan die bezig was met het vlechten van kroontjes boven de letters. Mosje vroeg toen: "Heer der Wereld, waarom laat u het niet bij de letters en voegt u er nog kroontjes aan toe"? G’d antwoordde: "Na vele generaties zal er een man komen, Rabbi Akiva ben Jozef geheten. Naar aanleiding van de kroontjes zal hij de ene halacha na de andere voordragen".

De openbaring op de berg Sinai was eenmalig, maar G’d voorzag de Tora van dynamische elementen, de kroontjes, die statische tekst zouden verbinden met de eeuwig stromende Bron van inspiratie. Het mysterie van de Hebreeuwse letters en het schrijven van een sefer Tora zijn vakwerk.

De geschiedenis van onze Torarol
Voor de openbaring op de berg Sinai schreef Mosje in de Tora alles op wat er tot op dat moment gebeurd was. Toen ging het hele Joodse volk aan de voet van de berg Sinai formeel over tot het Jodendom. Daar sprak G’d de Tien Geboden uit en later kwam Hasjeem regelmatig tot Mosje in de Ohel Moëd, de tent van samenkomst, om hem de verdere inhoud van de Tora te dicteren. Iedere afdeling van de Tora werd afzonderlijk gedicteerd. Na het dictaat herhaalde Mosje hardop wat hij vernomen had en werd hem een pauze gegund om het dictaat te overdenken. De pauzes zijn in de geschreven Torarol herkenbaar aan de open ruimten in de tekst. Mosje schreef iedere afdeling op een kleine rol. Vlak voor zijn dood schreef hij alle afdelingen achter elkaar, op een grote perkamenten rol, zoals wij die heden ten dage nog steeds kennen.
Anderen menen echter dat de hele Tora tot kort voor het overlijden van Mosje werd gememoriseerd en pas aan het einde van zijn leven werd opgeschreven.

Dertien Torarollen
Voor zijn overlijden schreef Mosje in totaal dertien Torarollen. Iedere stam ontving een afschrift. De dertiende kopie werd in de Aron-HaKodesj geplaatst, de mobiele Heilige Arke die het joodse volk bij de woestijnreis begeleidde. Na de bouw van de eerste Tempel door Koning Salomo werd de Heilige Arke in het Kodesj-kaKodasjiem , het Allerheilige van de Tempel, bijgezet. De afschriften in de Aron-HaKodesj dienden als standaardtekst voor alle later geschreven Torarollen. Bij twijfel over de juiste lezing werd deze Torarol ter vergelijking uit de Aron-HaKodesj gehaald. Vlak voor de verovering van Jerusalem door de Babyloniërs (586 voor de gewone jaartelling) besloot koning Josjia de Heilige Arke, met daarin de Stenen Tafelen en de Torarol van Mosje, te verbergen in een catacombe die, in opdracht van Koning Salomo, bij de bouw van de eerste Tempel was uitgehouwen. Tot op de dag van vandaag liggen deze heiligdommen op deze – ons onbekende – plaats begraven.

Perkament, veer en inkt
Het perkament waarop een Tora rol geschreven wordt is vervaardigd van de huid van een kosjer dier. Nadat de huid van de koe is afgestroopt wordt deze geweekt in een bad van kalkwater en chemicaliën. Na deze bewerking is het perkament gereed en brengt de sofeer (schrijver) hulplijntjes aan zodat hij recht en gelijkmatig kan schrijven. Iedere Torarol bestaat uit vele rollen perkament, die aan elkaar gehecht worden met pezen. Op ieder vel perkament staan drie tot acht kolommen tekst. Iedere kolom telt tussen de 43 en 60 regels. De sofeer schrijft met een veer van een kosjere vogel. De inkt moet van duurzame kwaliteit zijn en heeft een diepzwarte kleur. Omdat het ontbreken van zelfs maar één letter het sefer Tora invalideert, moet iedere letter overgeschreven worden uit een voorbeeldtekst. De sofeer moet ieder woord, voor hij dit gaat schrijven, hardop voorlezen. Een Sefer Tora met fouten moet binnen dertig