Terrorisme is duur

De beurzen reageren onmiddellijk als er weer ergens op de aardbol een grote terreuraanslag is geweest. Dat gebeurde na de bommen in Madrid en ook na de liquidatie van sheik Yassin.

Hoeveel kostte de aanslag van Israël gisteren op de Hamasleider sjeik Yassin? Wie naar het potentiële effect op de wereldeconomie kijkt, moet concluderen dat de economische schade zeer hoog kan oplopen.

Europese en Amerikaanse aandelen verloren de dag na de aanslag op Hamasleider Yassin in een reactie die vrijwel geheel op de aanslag kan worden teruggebracht 1,5 procent aan waarde. Dat is een kleine 270 miljard euro. De koersdaling komt anderhalve week na de vorige psychologische klap: de aanslagen in Madrid, die zorgden voor een waardeverlies van 330 miljard euro. Samen hebben de aanslagen er toe bijgedragen dat het herstel van de aandelenkoersen, dat juist zo voorspoedig verliep, in de kiem is gesmoord. In Amsterdam begon de AEX dit jaar op ruim 337 punten, steeg half februari naar een hoogtepunt van ruim 365 punten, maar dobberde vanmorgen onder de 330 punten.

De marktreacties zijn inmiddels vertrouwd. Beleggers vluchten in veilige activa: vooral de Zwitserse franc, goud en staatsobligaties. En ze keren aandelen de rug toe. De reflex is het paradijs van de terrorist: de angst voor de angst. Nu de risicoperceptie van verdere aanslagen duidelijk is toegenomen, zetten beleggers zich schrap voor de volgende klap. Maar dat geldt zeker niet alleen voor beleggers. Ook bedrijven en consumenten worden voorzichtiger. En dat klinkt extra door in de reële economie.

De wereldeconomie is op dit moment in een onzekere fase. Met name in Europa rijzen er steeds meer twijfels of het herstel van de conjunctuur, dat in het vierde kwartaal van vorig jaar eindelijk leek door te zetten, bestendig is. De sterke euro hakt in de exportsector, waar het herstel het vooral van moet hebben. En de opleving van de binnenlandse vraag werd al getemperd door een veel te traag vertrouwensherstel bij de Europese consument. Analisten houden hun hart vast voor de toonaangevende Duitse Ifo-indicator, die vrijdag wordt gepubliceerd. De index, leidend voor de grootste economie van de eurozone, kalfde in februari al af, en een verdere daling wordt niet uitgesloten.

Dat zou vooral slecht nieuws zijn voor Nederland. De Nederlandse economie is traditioneel een open economie die voor bijna twee derde afhankelijk is van de internationale conjunctuur. Gisteren kwam het Centraal Planbureau (CPB) met ramingen die een voorzichtig herstel laten zien. Na het krimpjaar 2003 (met een negatieve groei van 0,8 procent) krabbelt de economie weer wat op naar 1,25 procent dit jaar en 1,5 procent in 2005. Tenminste, als het mondiale herstel zich voortzet.

De Nederlandse concurrentiepositie is de afgelopen jaren als gevolg van aanhoudend hoge stijgingen van de arbeidskosten in rap tempo verslechterd. Dat is slecht voor de export. Waar opkomende economieën als India en China in rap tempo marktaandeel winnen, verliest Nederland al jaren. Tel daarbij op de hoge koers van de euro en het resultaat is dat Nederland eigenlijk nauwelijks kan aanhaken bij het mondiale economisch herstel. Mede daardoor is de economische groei historisch gezien op een dieptepunt aanbeland. Niet alleen absoluut, maar ook relatief. Nooit eerder liep de economie zo veel achter bij die van het eurogebied (0,75 procentpunt in de periode 2001-2005) en de overige hoogontwikkelde landen (1,75 procent punt in dezelfde periode).

Los van de buitenlandse effecten is ook de particuliere consumptie aan een neerwaartse trend begonnen. Alleen in 1951 en in 1981 daalde de consumptie harder dan nu. Hier zijn als oorzaken vooral de stagnatie van het gezinsinkomen (door werkgelegenheidsverlies, hogere pensioen- en ziektekostenpremies), he