Parsja 23 Wajikra (Wajikra/Leviticus 1:1-5:26)


Wajikra is het derde boek van de Tora; men noemt dit boek ook wel de Leer van de Priesters, omdat een groot deel gewijd is aan de taak van de priesters, de kohaniem, in het (draagbare) Heiligdom.

Daar moesten de offers gebracht worden. Uitvoerig wordt beschreven hoe
en wat er geofferd moest worden. Er staan ook meeloffers beschreven.
Bij alle offers komt zout te pas. Er zijn verschillende soorten offers;
in dit deel worden brand-, vredes- eerstelingen-, zonde- en
schuldoffers beschreven. Wie een offer brengt, legt de handen op de kop
van het dier. Dit heet semiecha. De offers worden soms geheel, soms
gedeeltelijk verbrand; is het laatste geval, dan is wat overblijft
deels voor de koheen, en soms ook voor degene die het offer aanbiedt.
Kohaniem e.a. hoogwaardigheidsbekleders, die een overtreding begaan,
moeten ook offers brengen. Het eten van bloed en bepaalde vetdelen is
verboden.

Statistische gegevens: Wajikra
is de 24e van de 54 sidrot en de 1e van de 10 sidrot van Leviticus.
Deze parsja bevat 111 pesoekiem (verzen), 11 geboden en 5 verboden, is
van gemiddelde lengte en bevat relatief veel lange pesoekiem.

Eerste alija koheen 1:1-13

Inhoud: Mosje wordt door HaSjeem (G?d) naar de Ohel
Mo?eed (Tent der Samenkomst, Tabernakel) geroepen waarna
offervoorschriften volgen.


Met de bouw van de Tabernakel en de offerdienst werd vergeving
mogelijk. Wat is de betekenis van het offeren? Is er verschil tussen
intermenselijke vergeving en verzoening tussen mens en G?d? Offers
brengen is een handeling. In het Jodendom ligt de nadruk op het doen.
Waarom? De materiële wereld werd geschapen om daarin het G?ddelijke te
openbaren. Daarmee werd het doel van de mens aangegeven: het verheffen
van het materiële deel van de
wereld. Daarom werd deze wereld zo fysiek geschapen. De wereld is
opgebouwd uit vijf opklimmende lagen: de minerale wereld, de
plantenwereld, de dierenwereld, de mensenwereld en G?d. Wanneer een
lagere wereld opgaat in een hogere wereld, verheft men die wereld.
Oorspronkelijk was de mens vegetarisch, maar sinds Noach eet hij vlees.
Ons motto luidt: ?een koe die in de wei sterft, is een rund gebleven.
Een koe, die deel uitmaakt van een religieuze maaltijd is gestegen naar
een hogere laag van gewijde dienstbaarheid?. Het verdwijnen van de
offerdienst met de verwoesting van de Tempel in het jaar zeventig na
betekende dat de mens de lagere werelden ? mineralen, flora en fauna ?
niet meer op deze manier kon opwaarderen tot een hoger religieus
niveau. Hoewel in de seculiere wereld het verdwijnen van de offerdienst
als een progressief moment wordt gezien, ervaren wij het als een
terugval, een gevallen toestand. Hoe verder wij in de tijd verwijderd
raken van de Openbaring op de berg Sinaï, des te zwakker is onze geest.
Verzoening ? eenwording ? kent twee trajecten: verzoening tussen mens en medemens en verzoening tussen mens en G?d.
De intermenselijke gebrokenheid kon niet goed gemaakt worden door
offers: dit moet men met de naaste zelf weer in orde brengen. Bij een
overtreding tussen mens en HaSjeem, die per ongeluk begaan werd, kon
een offer uitkomst brengen, indien dit door de Tora wordt geregeld. Bij
een expres begane awera (zonde) hielp alleen tesjoewa (inkeer,
zelfanalyse, berouw en de beslissing het in de toekomst beter te doen)

Tweede alija Levi 1:14-2:6

Inhoud: Een ola, brandoffer kan van tortelduiven of van jonge duiven
gebracht worden. De offerprocedure van vogels en meeloffers volgt.


Offers uit de runderfamilie worden gezien als verzoening van het
aanbidden van het gouden kalf, hetgeen overigens niet alleen in de
woestijn plaa