Ultimatum Al-Aqsa aan Palestijnse Autoriteit


Jasser Arafat krijgt van de Al-Aqsa Martelaren Brigades twee weken de tijd om te laten zien dat het hem ernst is met de hervormingen van de veiligheidsdiensten. NRC-correspondent Wilfried Bossier maakte een reportage in de Gazastrook.

Abu Mohammed, woordvoerder van de Al-Aqsa Martelaren Brigade in de
Gazastrook, formuleert het zeer stellig: “De Palestijnse Autoriteit
krijgt twee weken om te bewijzen dat het deze keer ernst is met de
hervormingen die Arafat heeft beloofd.”

Al-Aqsa, zegt Abu Mohammed, vertrouwt erop dat premier Ahmed Qurei nu
echt de bevoegdheid krijgt over orde en veiligheid en dat er een einde
komt aan de corruptie. Maar de sleutelfunctionarissen binnen de
Palestijnse Autoriteit die verantwoordelijk zijn voor de wanorde en
corruptie, moeten weg. “We willen dat er koppen rollen. Zo niet, dan
volgen meer acties en meer geweld. Wij waarschuwen Arafat dat het volk
klaar staat om het recht in eigen hand te nemen.”

De ontmoeting met Abu Mohammed heeft plaats in het diepste geheim. De
leiders en hun zwaar bewapende lijfwachten treffen alle denkbare
veiligheidsmaatregelen. De militante Al-Aqsa-organisatie opereert sinds
het begin van de tweede Palestijnse opstand (najaar 2000) ondergronds.
Met moslimextremistische groepen als Hamas en Islamitische Jihad geldt
zij als Israëlisch doelwit van moordaanslagen en zuiveringen in Gaza.

Ultimatum of niet, afgelopen weekeinde gijzelde een Al-Aqsa-cel in
Nablus op de Westelijke Jordaanoever enige tijd drie hulpverleners. Die
actie liet opnieuw zien dat ‘de leiding’ niet alle strijders onder
controle heeft. Maar de interne verhoudingen zijn “allerminst troebel”,
bezweert Abu Mohammed.

Al-Aqsa is de drijvende kracht achter de jongste confrontatie binnen
Fatah, de politieke beweging en partij van Yasser Arafat die binnen de
Palestijnse Autoriteit de lakens uitdeelt. Daarin staat ook de toekomst
van de gewapende groepen op het spel. De oude garde rond Arafat wil de
intifada afblazen en groepen als Al-Aqsa ontwapenen. Maar de rebellen
willen juist dat de oude garde plaatsmaakt, omdat zij macht en rijkdom
zou monopoliseren en zou misbruiken ten koste van het volk. Deze strijd
is niet nieuw, maar zij was tot voor kort voornamelijk een politieke
krachtmeting; geweldsacties en gijzelingen in eigen gelederen kwamen
sporadisch voor. De laatste tijd is dat anders geworden.

De radicale Al-Aqsa is een autonoom optredende, gewapende groep binnen
de Fatah-beweging van Arafat. In feite gaat het om een verzameling
splintergroepen, waaronder de Abu Rish-brigade die in het Palestijnse
vluchtelingenkamp van Khan Younis vier Franse hulpverleners gijzelde
“om de druk op Arafat op te voeren”, of de cel die in Nablus toesloeg.

Al-Aqsa-strijders vallen tegenwoordig op doordat zij openlijk met
wapens zwaaien, onder het alziend oog van de Israëlische geheime
diensten Mossad en Shin-Bet.

In de huidige machtsstrijd binnen Fatah zijn de strijders evenzeer
politieke symbolen als militaire instrumenten, waarmee Arafat de
confrontatie aangaat met zijn ex-veiligheidschef en oud-minister van
Binnenlandse Veiligheid Mohammed Dahlan, die volgens veel waarnemers
achter het oproer in de Gazastrook zit en die zich gesteund zou weten
door Israël en de VS.

Dahlan schaarde zich afgelopen weekeinde achter het ultimatum van
Al-Aqsa. Hij dreigde in een vraaggesprek met een krant in Koeweit met
massale demonstraties als Arafat de beloofde hervormingen niet voor 10
augustus zou hebben doorgevoerd.

Volgens Abu Mohammed gaat het conflict in de eerste plaats over
corruptie en hervormingen binnen Fatah en de Palestijnse Autoriteit.
Al-Aqsa gijzelde korte tijd de van corruptie beschuldigde politiechef
Ghazi Jabali en dwong Arafat hem te ontslaan. Ook de benoeming van
Arafats neef Moussa tot nieuwe veiligheidschef zette kwaad bloed.
Premier