Herleefde Tijd. Een joodse geschiedenis


De Belgische hoogleraar Klaas Smelik schreef een overzicht van de joodse geschiedenis. Extra aandacht heeft hij voor de Belgische joden, een onderwerp dat in Nederlandse overzichtswerken ontbreekt. Cokky van Liempt (Trouw) sprak met de schrijver in zijn woonplaats Antwerpen. “Tijdens de Tweede Wereldoorlog was je als jood hier beter af dan in het ‘gastvrije’ Nederland.”

Over joodse geschiedenis zijn boekenkasten volgeschreven. Toch voegde
Klaas Smelik (1950), sinds jaren negentig hoogleraar Oude Testament en
judaïca in Brussel en Leuven, daar recent nog een slordige 360 pagina’s
aan toe. Met goede redenen, vindt hij, want “een handzaam
Nederlandstalig totaaloverzicht dat niet alles wat joods is a priori
geweldig noemt en waarin bovendien aandacht wordt besteed aan de
geschiedenis van de Belgische joden, bestond nog niet.”

Het gesprek over zijn nieuwe boek vindt plaats in zijn Antwerpse
woning, een oud herenhuis in een van de weinige wijken waar het Vlaams
Blok nog geen voet aan de grond heeft. Langs de wanden van de huiskamer
torenen boeken, de vloer staat vol bakken land- en moerasschildpadden,
en een bonte verzameling reptielen.

Smeliks belangstelling voor het jodendom werd al vroeg gewekt. “Voor de
oorlog leerde mijn vader in Deventer Etty Hillesum kennen -een
stormachtige ontmoeting. Samen met zijn dochter, mijn halfzus, heeft
hij destijds geprobeerd haar over te halen bij hen onder te duiken in
Hilversum. Maar dat weigerde ze pertinent. Als kind hoorde ik dat
verhaal steeds opnieuw. Ze wilde niet onderduiken, vertelde mijn vader,
want, zei ze, ‘Ik wil het lot van mijn volk delen’. Dat maakte mij
benieuwd. Als je bereid was voor het lot van je volk te sterven, moest
dat volk wel bijzonder zijn.”

De laatste keer dat Etty Hillesum vanuit de Gabriël Metsustraat in
Amsterdam naar Westerbork vertrok, liet ze haar oorlogsdagboeken achter
bij een huisgenoot, met het verzoek om ze, als ze niet meer zou
terugkomen, aan Klaas Smelik senior te geven, de enige echte schrijver
die ze kende. ‘Dan kan die ze uitgeven.’

“In de jaren vijftig benaderde mijn vader alle grote uitgevers, maar
die zagen er geen brood in, vonden het ‘te filosofisch’. Dat maakte
veel indruk op mij als kind. Ik zag steeds die pakken terugkomen. Dat
kan toch niet, dacht ik, het levenswerk van een vermoorde, dat moet
toch uitgegeven worden.”

Dertig jaar later -de naoorlogse onverschilligheid was inmiddels
omgeslagen in grote belangstelling voor alles wat jood was- kostte het
Smelik junior niet de minste moeite het werk alsnog gepubliceerd te
krijgen. ‘Het verstoorde leven’, een bloemlezing uit de dagboeken, is
sindsdien in minstens zestien talen vertaald. In 1986 bezorgde Smelik
met een aantal afgestudeerden nog de volledige, wetenschappelijke
editie van alle nagelaten geschriften van Hillesum.

Van een heroriëntering op het jodendom, zoals die zich in Nederland
sinds de jaren zestig en zeventig heeft voorgedaan, is in België niet
echt sprake geweest, vertelt Smelik. “Brede kennis van het jodendom
ontbreekt sowieso hier. Anders dan in Nederland, waar voor de oorlog
tot in de kleinste dorpjes joden te vinden waren, concentreerden zij
zich in België in de grote steden Antwerpen en Brussel, met als gevolg
dat de meeste Belgen nooit in contact kwamen en komen met hun joodse
medeburgers. Daar komt bij dat de rk kerk, de heersende kerk in België,
altijd veel minder belangstelling voor het jodendom heeft gehad dan de
protestantse kerken. Bovendien heerst er in België een heel erge
anti-Israël-houding, vooral ook in de media. Men identificeert zich
hier sterk met de Palestijnen.”

Toch kon je als jood tijdens de Tweede Wereldoorlog veel beter in
België zijn dan in het ‘gastvrije’ Nederland. Smelik geeft daar
verschillende verklaringen voor. “Ten eerste hadden de Belgen 1914-1918
al achter de rug.

Advertentie (4)