Hoop na historische handdruk?


De Israëlische premier Ariel Sharon en de Palestijnse president Mahmoud Abbas beloofden dinsdag tijdens hun topontmoeting dat er een einde komt aan aan vier jaar geweld in Israël en de Palestijnse gebieden en spraken de hoop uit dat hiermee de eerste stap naar een duurzame vrede gezet is. Palestijnse militante organisaties hebben echter al laten weten zich door de afspraken tussen de regeringsleiders niet gebonden te voelen.

Aan het begin van de topontmoeting in de Egyptische badplaats Sharm
el-Sheik aan de Rode Zee schudden de twee bewindslieden elkaar lachend
de hand. Dat was tekenend voor de gemoedelijke sfeer rond de
besprekingen. Alle deelnemers wilden duidelijk laten zien dat de
betrekkingen tussen Israël en de Palestijnen verbeterd zijn en dat een
nieuw tijdperk kan aanbreken.
Er waren meer tekenen dat de lucht in het Midden-Oosten aan het opklaren is.
De Egyptische president Hosni Mobarak, gastheer van de top, kondigde
samen met de vierde deelnemer aan de top, de Jordaanse koning Abdullah
II aan dat Egypte en Jordanie nog deze week hun ambassadeurs naar
Israël laten terugkeren. Egypte en Jordanie hebben al sinds het begin
van de tweede Palestijnse intifada ruim vier jaar geleden geen
ambassadeurs meer in Israël.

Naast een einde aan de vijandelijkheden jegens Palestijnen beloofde
Israël ook binnen drie weken de verantwoordelijkheid voor de veiligheid
in vijf steden op de Westelijke Jordaanoever aan de Palestijnse
Autoriteit over te dragen, te beginnen met Jericho.  Israëlische
en Palestijnse veiligheidsfunctionarissen komen woensdag bij elkaar om
afspraken te maken over de overdracht. Ook heeft Sharon toegezegd dat
er onmiddellijk vijfhonderd Palestijnse gevangenen vrijgelaten worden,
in een later stadium gevolgd door nog eens vierhonderd.

Zowel Sharon als Abbas spraken na de top de verwachting uit dat Israël
en de Palestijnse Autoriteit snel weer terug kunnen naar het traject
van de zogeheten routekaart naar vrede, die uiteindelijk voorziet in
een onafhankelijke Palestijnse staat. De Israëlische premier nodigde de
Palestijnse leider aan het eind van de top uit voor een bezoek aan zijn
boerderij in Zuid-Israël. Abbas accepteerde de uitnodiging.

Ariel Sharon benadrukte dat Israël het recht van ‘onze Palestijnse
buren’ erkent om in onafhankelijkheid en in waardigheid te leven.
Mahmoud Abbas verklaarde dat het tijd is dat het Palestijnse volk
vrijheid en onafhankelijkheid verwerft, dat er een einde komt aan het
lijden, en dat ons volk vrede kan genieten”.

Een vooraanstaand medewerker van het Israëlische ministerie van
buitenlandse zaken zei dat Israël er vrede mee heeft als de Palestijnse
Autoriteit niet onmiddellijk stappen onderneemt tegen de Palestijnse
extremistische organisaties. Op de langere termijn moeten de
organisaties echter wel worden aangepakt omdat ze volgens Israël in
staat zijn het vredesproces in het Midden-Oosten te ontregelen. In de
wandelgangen rond de top maakten Israëlische regeringsmedewerkers
echter wel duidelijk dat Israël niet zal nalaten te reageren als de
Palestijnse extremisten nieuwe aanslagen plegen op Israëlische doelen.

Direct na afloop van de topontmoeting liet Hamas zei bij  monde
van woordvoerder Osama Hamdan weten dat de organisatie zich  niet
gebonden voelt door het staakt-het-vuren dat Abbas in naam van de
Palestijnen heeft afgekondigd. “We zullen eerst moeten bekijken wat
Abbas ervoor terugkrijgt van Israël. En dan moeten we afwachten
of  Israël zijn beloften nakomt”, aldus Hamdan.

De leider van de Islamitische Jihad, Nafez Azzam, noemde de verklaring
van Sharon op de top in Sharm el-Sheik onduidelijk. “Hij legt totaal
niet uit aan welke beloften hij zich gebonden voelt”, zei Azzam. Hij
voegde eraan toe dat hij eerst Abbas wil spreken voor de Islamitische
Jihad definitief een bestand af