Een zege te veel voor Bin Laden


Historicus Bert de Bruin bestrijdt dat er causaal verband zou bestaan tussen het conflict tussen Israël en de Palestijnen en de bommen in London, Madrid, Casablanca, Istanbul en elders en stelt dat Osama Bin Laden daarmee een overwinning in handen wordt gegeven die het Westen zich eenvoudigweg niet kan veroorloven.

Twee dagen na de bomaanslagen in Londen bood Tony Blair de
waarschijnlijke daders al een gedeeltelijke overwinning op een
presenteerblaadje aan. Door te zeggen dat Islamistische terreur
veroorzaakt wordt door armoede, een gebrek aan democratie en “het
voortdurende conflict in het Midden-Oosten” suggereerde de Britse
premier dat die terreur weliswaar niet te rechtvaardigen maar wel te
verklaren valt volgens de Westerse logica. Deze na iedere mega-aanslag
terugkerende “?maar?”-redeneringen laten zien dat Osama bin Laden er in
geslaagd is het publiek in het Westen te laten geloven wat hij wil: er
zou een causaal verband bestaan tussen zijn wandaden en het onrecht dat
de Palestijnen wordt aangedaan. Dat de Israëlische regering
iedereen wijs probeert te maken dat alle moslim-terroristen een pot nat
zijn maakt dat verband haast nog aannemelijker. Toch
bestaat zo’n causaal verband niet.
 
Het heeft er alles van weg dat Al-Qaida, eerder een beweging dan een
organisatie, op zijn minst indirect bij de Londense aanslagen
betrokken is. Deze beweging heeft een globaal einddoel: het tot stand
brengen van een Islamistische heilstaat, in ieder geval in het hart van
de moslim-wereld ( grofweg Marokko tot en met Pakistan, Sudan tot en
met  Afghanistan ) maar liefst ook in gebieden die vroeger door
moslims werden geregeerd zoals Spanje en de Balkan. De grootste
obstakels voor het verwezenlijken van dat uiteindelijke doel ? en mede
daarom de belangrijkste vijanden van Bin Laden en andere Islamisten ?
zijn Israël, het Westen in het algemeen en de Verenigde Staten in het
bijzonder. Ook de meeste regimes die momenteel aan de macht zijn in de
moslim-wereld (die meer omvat dan de Arabische wereld alleen) zijn
legitieme vijanden in de strijd voor die heilstaat. Datzelfde geldt
voor vrijwel alle niet-Islamistische soennieten en voor zo goed als
alle sjiieten, zoals we dagelijks in Irak kunnen zien. Hoe vaak onze
leiders ook herhalen dat dit geen oorlog tussen het Westen en de Islam
is, de Islamisten zullen altijd hun strijd als een jihad tegen de
kruisvaarders en de ongelovigen zien.
 
Islamistische terroristen maken graag gebruik van lokale conflicten ?
met vaak een religieus-territoriale achtergrond ? om hun doelstellingen
verder te verwezenlijken, infrastructuren te scheppen of te benutten,
en plaatselijke of wereldwijde chaos en paniek te creeren of te
versterken. Ironisch genoeg zijn er weinig krachtiger symbolen en
instrumenten van globalisatie dan Al-Qaida. Dat Bin Laden en zijn
ideologie-genoten een globaal doel voor ogen hebben valt op te maken
uit de geografische verspreiding van de plaatsen waar de invloed van
Al-Qaida te zien is: Rusland-Tsjetsjenie, China-Xinjiang ( Uighuir
separatisten ), Irak, Europa, Amerika, Noord- en Centraal-Afrika,
Zuid-Oost Azie. Wie in een van die regio’s of landen een band met het
lot van de Palestijnen ontwaart mag het zeggen. Opvallend genoeg is
Al-Qaida niet of nauwelijks bij het Palestijns-Israëlische conflict
betrokken. Dit heeft niet echt te maken met de beveiliging van
Israëlische en joodse doelwitten, maar eerder met het feit dat
organisaties zoals Hamas en de Islamitische Jihad ? die weliswaar een
fundamentalistische variant van de Islam aanhangen ? een voor Bin Laden
veel te beperkte, lokale agenda hebben. De voornaamste buitenlandse
steun voor Palestijnse terroristen komt uit Iran ( via Libanon ) en
Saoedi-Arabie, aartsvijanden van Al-Qaida.
 
Armoede, onrecht en bezetting moeten worden bestreden en beeindigd
omdat z