LJG: Ekev, Dewarim (Deuteronomium) 7:12-11:25


Straks brengt de Eeuwige, je God, je naar een goed land, een land van beken, bronnen en waterstromen, die ontspringen in de valleien en op de bergen, een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing, een land waar je niet alleen schamel brood zult eten, maar waar je het aan niets zal ontbreken…

…een land waar je ijzer vindt in het gesteente en waar je koper delft
uit de bergen. Wanneer je daar in overvloed leeft, dank dan de Eeuwige,
je God, voor het goede land dat Hij je gegeven heeft. (Dewarim 8:7-10)

Door
het goddelijke te erkennen in al onze dagelijkse activiteiten en
ontmoetingen, verheffen we het gewone tot het heilige, breiden we het
goddelijke in onszelf uit. Dit brengt ons een stap dichter bij het
heiliger maken van de hele wereld, tot een minder gewone plek.” Lessen
voor Tegenwoordig.


HET COMMENTAAR VAN DE WEEK

Rabbijn W. Gunther Plaut merkt op: Pasoek (vers) 8:10 is de
bewijstekst voor de Birkat ha-Mazon, het Bensjen, het dankgebed dat aan
het einde van de maaltijd wordt uitgesproken. De rabbijnen hebben deze
verplichting uitgebreid en bepaald dat je God ook voor de maaltijd moet
zegenen (Talmoed Berachot 48b). Het doel van deze mitswot is ons ervan
bewust te maken dat de natuur en onze menselijke  inspanningen
alleen niet voldoende zijn om ons in leven te houden. En zo werd het
als een  ontheiliging  beschouwd “van de gaven van deze
wereld te genieten zonder een beracha, een  zegenspreuk”(Talmoed
Berachot  35a).

W. Gunther Plaut,The Torah-A Modern Commentary (New York: Union of American Hebrew Congregations, 1981), p. 1392.

Gelezen wordt:
Dasberg choemasj deel II, blz. 171 e.v.
Haftara Jesjajahoe 49:14-51:3
Dasberg choemasj deel II, blz. 266

Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.

Vertaling: Ted Musaph-Andriesse

Voor het origineel zie www.kolel.org/pages/5763/ekev.html