Kolonisten?

Voormalig Knessetlid en mede-oprichter van de Israëlische vredesbeweging Gush Shalom Uri Avnery noemt in zijn meest recente, in veler ogen ongetwijfeld controversiele artikel ‘Dear colonists’ de uit Gaza gezette kolonisten ‘charlatans, een akelige sekte en een stelletje verwende, antidemocraten’.


Beste kolonisten!
We hebben miljoenen sjekels betaald om jullie in staat te stellen je in
de Gazastrook te vestigen. Hef heeft ons miljoenen sjekels gekost om
jullie daar te houden en de meesten van jullie hebben er op onze kosten
gewoond. We hebben miljoenen betaald om jullie te verdedigen en
dozijnen soldaten, jongens en meisjes, hebben er hun leven bij
verloren. Nu betalen we miljoenen (acht, tien, twaalf?) om jullie te
verwijderen en een ruimhartige compensatie te geven.

Maar jullie schreeuwen dat het niet genoeg is, dat jullie worden
beroofd. Er moeten hele stukken van het land, liefst langs de kust,
worden gereserveerd, zodat jullie je als hele gemeenschappen kunnen
hervestigen. Zodat jullie apart kunnen leven, met aparte scholen, zodat
jullie overheidssalarissen kunnen opstrijken als ambtenaren van
gemeenteraden en van de ministeries van onderwijs en defensie.

Als het Guinness Book of Records een titel zou kennen voor brutaliteit
en schaamteloosleid, zeg maar onvervalste joodse gotspe, dan zouden
jullie die moeiteloos hebben verworven.

Eerst moesten we zorgen dat jullie voor bijna niets een luxe villa
konden bewonen en dat jullie land en water hadden. Nu lijkt het alsof
jullie recht op alles hebben, ten koste van de zieken, de bejaarden de
gehandicapten en de werklozen in ons land. Omdat jullie persoonlijk
uitverkoren zijn door God.

Hadden jullie maar enig mededogen getoond met de bewoners van de 1500
Palestijnse huizen die voor jullie zijn vernietigd, meer dan alle
huizen die na de ontruiming worden neergehaald, of met de kinderen die
uit hun huizen werden gezet zonder compensatie, zonder hotels en zonder
psychologische steun, of met de duizenden bomen die moesten worden
gerooid vanwege jullie ‘veiligheid’.

Tweeduizend jaar geleden schreef rabbijn Hillel bij het zien van een
voorbijdrijvende schedel al: “Omdat jullie anderen hebben verdronken,
werden jullie verdronken.”

En denk erom: de rekening wordt niet betaald door een anonieme ‘staat’, maar uit mijn zak en die van andere Israëli’s.

Kolonistenraad Yesha, shalom!
Dat was het dan. Er valt niets meer te bluffen.
Maandenlang hebben jullie ons geterroriseerd en gebombardeerd met
verzonnen cijfers. Honderdduizend demonstranten, honderdvijftig. “Alles
met elkaar hebben we twee miljoen mensen op de been weten te brengen”,
beweerden jullie. Dat is 40% van alle Israëlische joden.

En jullie zeiden dreigend: “Dit is nog maar het begin. Op het juiste
moment zullen honderdduizenden mensen optrekken naar Gush Katif.
Tienduizenden militairen zullen dienst weigeren. Alle wegen in heel
israel zullen worden geblokkeerd. De staat zal volledig verlamd worden.
Het gehele volk zal in opstand komen en de smerige plannen van ‘die man
– die ene – die in zijn eentje de redders van het land uit de
Gazastrook wil deporteren.

En wat gebeurde er? De hemel viel niet naar beneden. Geen enkele weg
werd afgesloten. Niet meer dan een handvol soldaten weigerde orders op
te volgen – veel minder dan de bewuste dienstweigeraars uit het
vredeskamp. En in tegenstelling tot hen is niemand van jullie
veroordeeld tot een jaar of meer gevangenschap.

En het allerbelangrijkste: jullie stonden alleen. Dat was vanaf het
eerste moment duidelijk. Bij jullie grote demonstraties was vrijwel
niemand die geen gehaakte of grote zwarte keppel droeg. Steun kregen
jullie vanuit geen enkele andere hoek: noch van links of het politieke
midden, noch van niet-religieus-rechts, zelfs niet van de orthodoxe
Israëli’s. Jullie arr