Oorlog, dag 8: Het einde is nog niet in zicht

Alles went, zelfs luchtalarm. Dat geldt voor de inwoners van kibboets Bet HaEmek, en ook voor dieven, die hun kans schoon zien om de onderbemande boomgaarden en velden te beroven. De oorlog is een enorme financiële schadepost, want er kan maar mondjesmaat worden geoogst.

Alweer de achtste dag van deze oorlog. Hoe raar het ook klinkt: de eerste tekenen van gewenning zijn er al. Tijdens een van de vele luchtalarmen van gisteren zat de eetzaal op lunchtijd vol mensen. De meesten bleven zitten en aten gewoon door, ondanks mijn verzoek om naar de schuilkelder (die zich direct onder de eetzaal bevindt) te gaan.

De kibboetsleiding vond dit incident belangrijk genoeg om er een spoedvergadering aan te wijden. Bet HaEmek is denkelijk een van de zeer weinige kibboetsiem in de regio waar de eetzaal nog open is, misschien wel de enige die zo direct binnen het bereik van de Hezbollah-raketten ligt. Er werd gersproken over wie verantwoordelijk zou zijn als de eetzaal getroffen zou worden, en of we het risico wel zouden moeten nemen. Maar er werd ook gezegd dat de sterkte van een gemeenschap ook gemeten kan worden aan de geestkracht van de leden, die tijdens een crisis als deze toch zoveel mogelijk een gewoon leven proberen te leiden. Onze eetzaal is daarvan het beste bewijs. Bovendien wordt niemand gedwongen om er te eten: wij bieden de mogelijkheden en het staat iedereen vrij ervan gebruik te maken, of niet.

Na een lange discusie werd besloten om de eetzaal voorlopig open te houden, op voorwaarde dat bij luchtalarm alle aanwezigen onmiddellijk naar de schuilkelder gaan. En tòch waren er vandaag tijdens de lunch twee mensen die weigerden om de eetzaal te verlaten… Het kostte gelukkig niet veel moeite ze van hun ongelijk te overtuigen. Lastig vind ik ze, zulke mensen.

Het werk op de velden en in de plantages ligt nagenoeg stil. Er mag alleen gewerkt worden door kibboetsleden, kinderen en ingehuurde krachten mogen er niet meer komen. Om een idee te geven: in de bananenplantage werkt één kibboetslid, idem bij de avocado’s en nu de litchi’s rijp zijn moeten 6 mensen daar het werk doen dat normaal gesproken door 30-40 man wordt gedaan. De watermeloenen en gele Galia’s moeten binnen twee weken van het veld, anders is de hele oogst verloren. Als gevolg van het gebrek aan mankracht hebben dieven nu vrij spel. Die trekken zich niets aan van luchtalarm en raketinslagen, ze maken gebruik van de situatie om zich te bedienen van onze producten. We betrappen ze regelmatig, maar kunnen weinig uitrichten.

De hele toestand is een enorme financiële strop voor de kibboets, en die zal alleen maar groter worden als de strijd nog lang doorgaat. Wij hebben nog een dag of tien, daarna moeten de velden worden omgeploegd, de litchi-bomen gesnoeid en voorbereidingen getroffen voor het volgende seizoen. En dat geldt voor alle landbouwgebieden in het hele noorden van Israël

Deze oorlog, die ons is aangedaan, levert een economische schade en de financiële verliezen lopen per dag hoger op. En het einde is nog niet in zicht.

Salo Soesan en zijn vrouw Ineke wonen al 35 jaar in de vredige agrarische kibboets Bet HaEmek, in het noorden van Israël. Voor joods.nl houdt hij een dagboek bij om een beeld te geven van het dagelijks leven (of wat daar nog van over is), sinds er oorlog is tussen Israël en Libanon.

Advertentie (4)