“IBM heeft meegewerkt aan jodenvervolging”

Het Amerikaanse computerconcern IBM heeft meegewerkt aan de automatisering van de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Dat stelt de Amerikaanse onderzoeksjournalist Edwin Black.

Black trekt deze conclusie in zijn boek over de gedragingen van IBM tijdens de Sjoa, dat deze week verschijnt. In de jaren dertig van de vorige eeuw werd door Dehomag, een dochteronderneming van IBM, een ponskaartsysteem geleverd aan de nazi-regering. Deze werd aanvankelijk gebruikt voor een algemene volkstelling, maar later ook voor de registratie en verwerking van (omgekomen) joden in concentratiekampen.Volgens Black is het succes van de jodenvervolging afhankelijk van de mate waarin het land vertrouwd was met het gebruik van ponskaarten. Nederland was daarin beter dan andere landen. Dit zou een van de redenen zijn dat er in Nederland relatief meer joden zijn omgekomen dan in andere bezette landen.Volgens Black was IBM op de hoogte van het veranderde doel van het gebruik van het ponskaartsysteem. Al in 1933 stelde Dehomag nationaal-socialisten aan in de leiding. IBM-oprichter en directeur Thomas J. Watson zou een bewonderaar van Hitler zijn geweest. IBM heeft erkend dat de ponskaarttechnologie werd gebruikt bij de Duitse volkstelling van 1933, maar zegt dat er geen bewijzen zijn dat de technologie ook daarna gebruikt is. IBM zou de contacten met haar dochteronderneming in 1940 hebben verbroken. Black stelt in zijn boek echter dat er in 1941 nog een speciale gezant van IBM naar Duitsland is gegaan om problemen met het systeem op te lossen.IBM wijst de harde beschuldigingen van de hand, maar wacht met een definitief oordeel tot haar onderzoekers het boek bestudeerd hebben. In elk geval doen de beschuldigingen het imago van IBM geen goed. IBM heeft altijd goede contacten gehad met organisaties van Holocaust-overlevenden. Deze hebben geschokt gereageerd op het boek van Black. Simon Wiesenthal noemt het bewijsmateriaal dat de historicus verzameld heeft indrukwekkend.