ZIV ziekenhuis in Safed heeft sinds 2013 5.000 gewonde Syriers geholpen

Dr, Salman Zarka. Screenshot YouTube

In 2013 was Salman Zarka het hoofd van het “Medical Corps van de IDF Northern Command.” In dat jaar kwamen de eerste Syrische slachtoffers naar de grens met Israel om medische hulp. Nu, zes jaar later zijn er in al die jaren ruim 5.000 Syriërs verpleegd in het Ziv Medical Center in Safed, aldus de Times of Israel.

Het begon met een groepje van zeven gewonde Syriers en werd niet veel later een dusdanige stroom gewonden dat de IDF gedurende 1 1/2 jaar een veldhospitaal runde in de buurt van een Druzen dorp net over de grens.

Alle gewonde Syriërs ontvingen daar eerste medische hulp voordat de meesten na het 80 km zuidelijk van de grens met Syrië gelegen in Safed gelegen ZIV Medical Centre werden vervoerd.

Sommige patiënten, waarvan velen die een of meerdere ledematen hebben verloren, verbleven daar een paar weken andere een paar maanden tot een jaar.

In 2014 werd Salman Zarka directeur van Ziv ziekenhuis in Safed waar nog steeds wekelijks nieuwe patiënten uit Syrië naar toe worden gebracht, hoewel minder dan een paar jaar geleden.

Ziv medical Center

“Ik heb veel Syriërs ontmoet”, zegt Zarka. “Toen ik ze voor het eerst ontmoette, waren ze erg bang om hun vijand te ontmoeten en medische ondersteuning van ons te ontvangen, ze hebben ons niet altijd de waarheid verteld. We hebben gemerkt dat ze soms hun naam veranderden. Maar dingen zijn veranderd. Ze zijn begonnen te glimlachen en Hebreeuws te spreken. Een aantal heeft ons verteld dat ze al vele jaren hebben geleerd dat wij de duivel zijn en terug moeten worden geschopt naar de zee”. “Nu,” zegt hij, “ze begrijpen dat we menselijker zijn dan Assad.”

In het Ziv hospitaal worden Syriërs vertrouwelijk behandeld om hun identiteit te beschermen tegen de Syrische autoriteiten, die niet positief staan tegenover het feit dat inwoners naar de Joodse staat gaan voor medische hulp.

De Syrisch patiënten blijven enkele dagen tot enkele maanden. In zeldzame gevallen zijn ze langer dan een jaar gebleven en krijgen hetzelfde verzorgings niveau als Israëlische patiënten. “We bieden niet alleen behandeling voor hun verwondingen, we behandelen ze volgens de Israëlische normen,” zei hij. “We doen ons best niet alleen om te proberen hun leven te redden, we proberen de kwaliteit van hun leven te verbeteren,” zegt Salman Zarka.

Syrische patient. Screenshot YouTube

Hij noemt als voorbeeld een ​​Syrische vrouw met haar 10-jarige dochter met diabetes naar de grens nadat hun dorp was gebombardeerd. Het meisje was bewusteloos en haar moeder dacht dat ze dood was. Kort nadat ze aan de grens waren aangekomen, bracht de IDF hen naar Ziv, waar het meisje drie maanden werd behandeld.

In die periode heeft de medische staf de moeder getraind in het verzorgen van haar kind zodra ze de unit verlieten – het leerde haar hoe ze de glucose van haar dochter kon controleren en hoe ze insuline kon toedienen. Ze wilden ervoor zorgen dat ze haar dochter gezond kon houden als ze eenmaal vertrokken waren.

Toen Ziv haar uit het ziekenhuis ontsloeg, was Zarka inderdaad bang voor hun toekomst. “We waren erg bezorgd, vooral over wat er zou gebeuren met dit prachtige meisje toen ze terugkwam in Syrië,” zei hij.

Vier maanden later kwam ze echter terug naar Ziv voor een controle. Toen het meisje terugkwam gaf ze hem een ​​cadeau: een tekening van de Israëlische vlag met een groot hart en haar naam erop.

Er stond: “Todah Raba” – “Dank u” in het Hebreeuws.

Voor Zarka maken dit soort ervaringen duidelijk dat mogelijk is het beeld van Syriërs over Israel te beïnvloeden. “Het Syrische regiem heeft ze altijd verteld Israel te verachten.  Het is misschien een klein voorbeeld maar dat kleine meisje zal dankbaar opgroeien voor het land dat haar hielp terwijl haar eigen land in een humanitaire catastrofe zit”zegt Salman.

“Dit kleine meisje groeit op in de wetenschap dat Israëlis haar het leven hebben gered en goed voor haar hebben gezorgd”, zegt Salman. “Hopelijk komt er een dag waarop we een betere relatie met Syrie zullen hebben.”