Palestijnen halen Israel uit de schoolboeken en moedigen intolerantie aan

Palestijnse schoolkinderen. Screenshot YouTube

Volgens een bericht in Yedioth Aharonot heeft de Palestijnse Autoriteit (PA) elke vermelding van eerdere overeenkomsten met Israël uit de schoolboeken verwijderd, met uitzondering van de veel minder gedetailleerde Oslo-akkoorden.

Het nieuwe curriculum, dat de afgelopen drie jaar geleidelijk is geïmplementeerd, en met name de studieboeken, worden gebruikt tussen het eerste en het twaalfde leerjaar in de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Oost-Jeruzalem. Ze maken, anders dan hun vorige edities, géén melding van de historische en drie duizend jaar lange joodse aanwezigheid in Israël en spreken over elk buurt in de oude stad van Jeruzalem – behalve de Joodse wijk.

De delen van de handboeken waarin de Oslo-akkoorden wel worden genoemd, geven een negatief beeld van Israël en beweren dat “de zionistische bezetters de PLO moest erkennen na de eerste Intifada in 1987”.

Bovendien bevatten de oude handboeken de volledige inhoud van de brief die de toenmalige PA-voorzitter Yasser Arafat aan de toenmalige Israëlische premier Yitzhak Rabin in 1993 schreef, waarin de voorwaarden van vrede tussen de Palestijnen en de Israëli’s werden beschreven.

De nieuwe studieboeken censureren echter het gedeelte waarin Arafat schrijft dat de verklaring van principes “het begin is van een tijdperk van coëxistentie en vrede zonder geweld en elke andere actie die de vrede in gevaar zou kunnen brengen.”

De weinige keren dat Israël in de schoolboeken wordt genoemd, staan ​​tussen haakjes, een gewoonte die doorgaans wordt gebruikt om de onwettigheid van de staat te claimen door terreurorganisaties, zoals Hamas en de Islamitische Jihad.

“Het verwijderen van het verleden is een aanval op de hoop op een betere toekomst”, schreef Blauw & Wit-leider Benny Gantz op Twitter in reactie op het bericht. “Dit is in de eerste plaats van invloed op jonge Palestijnen. Het vermogen om een ​​betere toekomst te bereiken begint met de opleiding van toekomstige generaties in vrede, tolerantie en coëxistentie, en niet door zelfmoordterroristen aan te sporen en te verheerlijken.”

Zoals te verwachten waren de Arabische politieke partijen in Israël het met de Palestijnse beslissing volledig eens. “Alsof ze in Israël over de Oslo-akkoorden onderwijzen en niet over de wetgeving van de natiestaat”, zei partijleider Ayman Odeh van de Arabische Joint List op Twitter. “Misschien hebben de Palestijnen de overeenkomsten uit hun schoolboeken gewist, maar Israël wist ze uit het gebied, elke dag. Alleen een onafhankelijke Palestijnse staat naast de staat Israël zal zorgen voor vrede en veiligheid voor beide volkeren”, concludeerde hij.

Onderzoek uitgevoerd onderzoeksinstituut IMPACT-se van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem bevestigd dat de Palestijnse schoolkinderen worden blootgesteld aan een dramatische hoeveelheid van opruiing en intolerantie tegen joden en Israël.

Voorheen werden schoolkinderen in de Westelijke Jordaanoever en oost-Jeruzalem onderwezen volgens het Jordaanse curriculum, terwijl de studenten in Gaza Egyptische schoolboeken gebruikten.

Volgens het onderzoeksinstituut rechtvaardigen en moedigen de nieuwe leerboeken gewelddadige acties, haat en zelfs ‘martelaarschap’ aan.

Een voor de 11e klas gebruikt geschiedenis boek beschreef de Olympische Spelen van 1972 in München waar door Palestijnse terroristen een bloedbad werd aangericht waarbij 11 Israëlische atleten werden vermoord als “een aanval op zionistische belangen in het buitenland.”

In een schoolboek wat in de 7e klas wordt gebruikt bij sociale studies wordt beweerd dat “zionisten” geprobeerd hebben deal-Aqsa Moskee in 1969 in brand te steken. In feite was een Australische toerist van een christelijke fundamentalistische sekte verantwoordelijk voor deze brandstichting.

IMPACT-se CEO Marcus Scheff zei: “Een nieuw schooljaar is begonnen waarbij 1,3 miljoen Palestijnse scholieren dagelijks worden geradicaliseerd door het Palestijnse ministerie van Onderwijs. Het is moeilijk te begrijpen hoe buitenlandse donorlanden dit haat-onderwijs financieren zonder dat ze daar toezicht op houden.