Buitensporig

“Dezer dagen viel het woord weer: buitensporig. En weer had het betrekking op het geweld. Van Israëlische zijde wel te verstaan. Over deze en andere vormen van buitensporig- en sporigheid.” Een nieuwe column van Tom Spiero.

Meer dan negentig procent van de respondenten die reageerden op een
vraag van de joods.nl redactie over de mate van partijdigheid van de
Nederlandse media in hun berichtgeving over het conflict in het
Midden-Oosten, was van mening dat zij pro-Palestijns zijn.

RTL-Nieuws bediende deze groep weer op vrijdagavond, toen de zender
berichtte dat Israël een politiebureau in Nablus had gebombardeerd
waarbij 12 doden waren gevallen. ?Deze aanval?, zo berichtte de zender,
?was een vergelding voor een aanslag in Netanja eerder vandaag, die
volgens Israëlische bronnen door een zelfmoordcommando verricht zou
zijn. Hierbij vielen 4 doden en zestig gewonden.?
Inmiddels had Hamas de aanslag al lang en breed opgeëist en waren als
gevolg van die aanslag 7 doden en meer dan honderd gewonden te
betreuren. Een staaltje van buitensporige journalistiek.

Na het bekend worden van de aanslag, toonde CNN een feestende menigte
in Ramallah. Gewoontegetrouw werd door de feestvierders in de lucht
geschoten en werden diverse kartonnen modellen in brand gestoken. Om de
feestelijke aard van de demonstratie extra te benadrukken werden
snoepjes over het publiek uitgestrooid. Een uiting van buitensporige
primitiviteit. De International Herald Tribune van zaterdag 19 mei
publiceerde een artikel uit The Washington Post onder de kop:
?Palestijnen vragen waarom zij zo weinig hulp krijgen?. Een
buitensporig domme vraag.

VN chef Kofi Annan verklaarde na de Israëlische militaire actie die
volgde op de aanslag in Netanja, dat het Israëlische geweld
buitensporig was. Zowel de VS als de EU riepen alle partijen op het
geweld te staken en naar de onderhandelingstafel terug te keren. Een
buitensporig voorspelbare en cynische reactie.

Wat ook buitensporig lijkt, is de uitkomst van een recent onderzoek
onder Israëlische kiezers. Een ruime meerderheid steunt
minister-president Sjaron én de politiek die door ?links? wordt
voorgestaan. Het ligt immers niet voor de hand dat een bevolking die
dagelijks wordt geconfronteerd met terrorisme zich blijft uitspreken
voor een vredesregeling die is gebaseerd op territoriale concessies en
erkenning van aanspraken en rechten van het Palestijnse volk.
Tegelijkertijd bestaat er even brede steun voor het
?lik-op-stuk?-beleid van de regering, dat terrorisme bestraft met
militaire middelen tegen militaire doelen. De Israëlische bevolking
toont zich minder beducht voor de internationale publieke opinie dan de
overheid. De regering van nationale eenheid heeft in dezen dan ook een
eigen verantwoordelijkheid.

Gezien de steun van Israëls bevolking kan de reactie van de regering op
terrorisme niet anders dan sporig genoemd worden. Anders dan de
wereldopinie, wensen wij niet een speelbal te zijn van de politieke
krachten die in het gebied van de Palestijnse Autoriteit om de macht
strijden. In het gebied van de PA strijden krachten die ? hopelijk
anders dan de meerderheid van de Palestijnse bevolking ? menen dat
terugkijken eerder tot politieke macht leidt dan vooruitkijken. Deze
krachten stellen letterlijk alles in het werk om verzoening te
voorkomen. En zolang verzoening geen politiek hout snijdt, kan de
Israëlische bevolking nog lang wachten voordat haar verlangen naar
vrede werkelijkheid wordt. Tot dan is er geen alternatief voor het
huidige beleid van de regering Sjaron in haar bestrijding van het
terrorisme. Daarbij heeft Avoda de bijzondere verantwoordelijkheid erop
toe te zien dat Sharon door druk van rechts, het streven van de PA – en
extremistische krachten onder haar verantwoordelijkheid – naar
?Verelendung? niet helpt realiseren. En dus: geen bouwactiviteiten in
de sjtachim.

De Nederlandse Israëli Tom Spiero schrijft wekelijks