“Joods en niet-joods, dat is samen Joska”

Joska (20), kind van een joodse moeder en een vader met katholieke achtergrond, studeert religiestudies. Ook leert ze Arabisch. "Hebreeuws wil ik ook leren, maar dat zit in mij, dus dat komt toch wel." Een interview.

"Met mensen die ik niet ken, vind ik het leuk om te praten over joods-zijn. Met vrienden heb ik het er niet meer over. Ze vinden het leuk dat ik joods ben, maar begrijpen niet dat het echt onderdeel van mij uitmaakt. Zij zien alleen dat ik niet joods ben opgevoed, dat mijn vader van oorsprong katholiek is en beschouwen religie als ‘opium voor het volk’.

Mijn moeder is tien jaar geleden op zoek gegaan naar een andere kant van joods-zijn, een vrolijke kant. Ze is nu religieus, maar op haar eigen manier. Vorig jaar heeft ze een seider georganiseerd. Niet zozeer omdat de seider een traditie is, maar omdat zij er inhoudelijk belang aan hecht. Dat zoeken naar zin en betekenis vind ik heel mooi. Maar bij haar jodendom en haar joodse vrienden voel ik me ook niet helemaal thuis.

Ik wil uitzoeken wat jodendom voor mij betekent. Aan de ene kant wil ik de vrijheid hebben om op mijn eigen manier joods te zijn. De georganiseerde kant van religie stoot me af. Aan de andere kant lukt het me ook niet helemaal alleen. Helaas ken ik geen joodse mensen van mijn leeftijd.

Na de middelbare school heb ik met twee vrienden een reis door Marokko en Egypte gemaakt. Dat was een cultuurshock; de gebouwen, gebaren, toiletten; alles was anders. Ik voelde me heel ongemakkelijk als vrouw. Ik had gedacht dat als ik daar zou zijn ik iets meer van de cultuur zou begrijpen. Maar ik sprak geen Arabisch en kon dus geen contact maken. Uiteindelijk ben ik ook eerder teruggegaan naar Nederland, omdat ik er gek van werd dat alles zo anders maar vooral zo onbegrijpelijk was. Na die reis ben ik erover gaan lezen.

Ik studeer nu religiestudies. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in verschillende godsbeelden. In iedere religie zijn er weer andere dingen die me trekken, maar vooral het jodendom en de islam interesseren mij. Tussen de Arabische en joodse cultuur is zoveel onbegrip. Ik voel me een beetje verantwoordelijk voor de haat die er is en zou dat zo graag goed willen maken. Daarom probeer ik altijd gelijkenissen te zoeken. Zodat er meer begrip en respect kan groeien. Ik was in december weer in Egypte. Toen ik een jongen daar vertelde dat religieuze joden net als moslims voor de maaltijd hun handen wassen, werd hij helemaal enthousiast. Zo wordt het beeld van joden daar misschien beter.

Misschien is het wel het conflict in mijzelf dat ik wil oplossen. Ik voel me joods. Toen ik vorig jaar met mijn moeder in Israël was, zag ik dat veel meisjes net als ik klein en donker waren. Mijn moeder en ik dachten ook een aantal keer dat we mijn broer zagen lopen. Zo merk ik de laatste tijd meer dingen op die joods aan mij blijken te zijn. Ik heb ook een niet-joodse kant, als Nederlander met een katholieke vader. Mijn joodse kant wil ik verenigen met mijn niet-joodse kant, want dat is samen Joska. Arabieren en joden zijn anders, maar ook allebei semitisch. Daarom ben ik begonnen Arabisch te leren. Hebreeuws wil ik ook leren, maar dat zit in mij, dus dat komt toch wel. De haat die bij het jodendom lijkt te horen, probeer ik zo af te wenden. Als ik de islamitische kant van het verhaal in mij met de joodse kant samenbreng wordt het veel vrolijker om joods te zijn."