Bezette Gebieden

‘Het is vandaag een communis opinio dat als Israël zich maar zou terugtrekken uit de ‘bezette’ gebieden, die in 1967 veroverd werden, het gehele Midden-Oosten in pais en vree verder zou leven.’
Jitschak Moëd geeft zijn visie op de rol van de bezette gebieden.

Deze eenstemmigheid berust op een grof misverstand, nl. dat in 1967
Israël ‘Palestina’ zou hebben veroverd en dat gebied sindsdien bezet
houdt. Er heeft nl. nooit een onafhankelijke staat Palestina bestaan.
Tot 1917 vormde ‘Palestina’ een onafscheidelijk onderdeel van het
Ottomaanse rijk; het hoorde bij een streek die Zuid-Syrië genoemd werd
(er was ook geen sprake van een Palestijns nationaal bewustzijn onder
de 650.000 arabieren die er woonden). Vanaf 1922 vormde Palestina een
Brits mandaatgebied. Het gebied omvatte het grondgebied van de huidige
staat Israël en de Westelijke Jordaanoever. In 1948 werd de Westelijke
Jordaanoever door Jordanië veroverd. In 1967 werd Israël in een
verdedigingsoorlog gedwongen dit gebied te bezetten. Er heeft nooit een
Palestijnse geschiedenis, een eigen cultuur of taal bestaan. Toch eisen
de Arabische bewoners van de Westelijke Jordaanoever en van de
Gazastrook nu een eigen staat en de wereld stemt hiermee in. Dat is
jammer genoeg niet het geval voor bijv. de Tsjetsjenen en de Basken,
die meer gefundeerde historische en culturele aanspraken (kunnen) doen
gelden op het gebied dat ze bewonen. Dus respect voor ‘Palestijnse’
politieke rechten staat geheel los van historische en culturele feiten.
Historisch gefundeerd of niet, de Arabische aanspraken vormen nu
eenmaal een onderdeel van de werkelijkheid. De zionistische leiding
hield sinds 1922 met die aanspraken rekening, zocht compromissen en
aanvaardde oproepen tot deling van het land (1937, 1947). De Arabische
kant heeft dit echter voortdurend geweigerd. Het heeft de historische
aanspraken van de joden op het land voortdurend domweg genegeerd.
Helaas was er nooit enige neiging om een compromis te sluiten: de
joodse staat moest, in zijn geheel, verdwijnen. Toen in 1967 de
toenmalige minister-president van Israël, Levi Eshkol, de op Jordanië
(!!!) veroverde gebieden aanbood in ruil voor een vredesakkoord werd
dat door de gezamenlijke Arabische staten, in Khartoem bijeen, vierkant
verworpen; de PLO o.l.v. Arafat aanvaardde (1964 en 1968) een handvest
dat de vernietiging van de gehele joodse staat tot doel had. Dit
betekende voor de Israëliërs dat de kans op een compromis verkeken was.
Als gevolg hiervan begonnen vele joden, uit religieuze en/of nationale
overtuiging, nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de
Gazastrook op te richten. Het betekende o.a. dat een politiek vacuüm
geleidelijk aan gevuld werd. Niemand werd van huis verdreven. De circa
een kwart miljoen joden die nu op de Westelijke Jordaanoever wonen gaan
daar net zo min weg als de Arabieren die op Israëlisch gebied wonen.
De terugtrekking op dit moment van zijn leger uit de ‘bezette’
gebieden, voordat de terreur een doodsteek is toegebracht, zou voor
Israël zelfmoord betekenen. De joodse staat, met of zonder de
Westelijke Jordaanoever, dient van de kaart geveegd te worden. Dat is
het doel van de terroristische organisaties die Yasser Arafat
financiert en leidt. Het is niet voor niets dat 75% van de Israëliërs
achter het beleid van Sharon staat. Het is dan jammer dat de heren Kok,
Melkert, De Graaff etc. voor onmiddellijke ontruiming pleiten. Zij
dragen echter niet de consequenties van een verkeerde beoordeling. Het
zal de gemiddelde Israëliër trouwens ook glad een zorg zijn hoe zij
erover denken. Pas als Arafat en/of zijn opvolgers en een meerderheid
van zijn volk eerlijk en oprecht erkennen dat zij bereid zijn in vrede
te leven met hun joodse buren, kan er sprake zijn van onderhandelingen
over een terugtrekking. Iedere potentiële dreiging voor de veiligheid
van Israël dient daarbij onmogelijk gemaakt te worden. Iedere concessie
vóór het zover is, zou Israël in een nega