Nikolai vermoord in Tel Aviv

Ook Roemenen en Filipino’s waren slachtoffer bij de zelfmoordaanslag in Tel Aviv op 5 januari. De kleine zucht van verlichting: menselijk of fascistisch?

We dachten (of eigenlijk: hoopten) dat het verleden tijd was, immers
Tsahal houdt de terroristen min of meer in de houdgreep, maar helaas
werd afgelopen zondag (bijna) heel Tel Aviv, en daarna het land en de
wereld via de media, opgeschrikt door een dubbele zelfmoord-aanslag. In
elke Israëli vliegt meteen de dubble vraag door het hoofd: “waar en
hoeveel getroffenen?”. Toen men hoorde dat het een enorme aanslag was,
gepleegd in Neve Sha’anan, was het eerste dat velen dachten:
“gastarbeiders”.

Later werd er aan een soort algehele zelfkastijdiging gedaan: hoe
durven we een verschil te maken tussen bloed van de een en bloed van de
ander? Een dergelijk verschil mag inderdaad niet gemaakt worden als het
om slachtoffers gaan die allemaal ver van je bed staan. Maar in
dergelijke gevallen, op het moment dat we, zoals gezegd, vrage waar het
gebeurde doen we dat niet wegens de statistiek of wegens de te nemen
veiligheidsmaatregelen: louter om de vraag “heb ik daar iemand? Is mijn
zoon’s kantoor op de plaats des onheils, loopt mijn moeder daar langs
naar de bushalte? Is het bij de basis van mijn vriend?” Dat is het
eerste wat je denkt. Puur menselijk, en niet iets om je over te schamen
dat je meer getroffen bent door een familielid die gewond (of erger) is
dan om iemand die je niet kent.

Als we deze cirkel iets verwijden, en de toch nog bestaande
saamhorigheid van alle Joden in ogenschouw nemen, begrijpen we dat het
een puur menselijke reactie is te willen weten of er misschien minder
Joden getroffen zijn. Let wel, dat is alleen voor het geruststellen van
jezelf, de individuele zorg en angst. Zodra die weer afwezig zijn omdat
je weet dat het ditmaal niemand uit jouw omgeving was, is de zorg voor
gastarbeiders even groot als voor elk menselijk wezen. Te vergelijken
met het feit dat de meesten niet op de barrikades gaan voor onrecht in
Afrika ofzo. Het onrecht is onrecht, maar dichter bij je bed raakt je
nu eenmaal meer.Interessanter is de status van deze gastarbeiders. Zij
worden overal “illegaal” genoemd, en zijn dat ook volgens de letter van
de wet. Een ieder weet ook dat hun aantal ongeveer even groot is als
het aantal werklozen in Israël. Net als in Nederland, is de oplossing
niet gelegen in hun-wegsturen-en-wij-doen-hun-werk, want de gemiddelde
Israëli wil hun werk niet doen, en zeker niet voor het loon dat zij
krijgen. Als een fabrikant daartoe gedwongen zou worden, zou zijn
produkt stukken duurder zijn dan voorheen, met alle consequenties van
dien.

Conclusie: ze zijn hier wel degelijk welkom. Waarom heten zij dan
“illegaal?” En ziehier nog een voorbeeld van “het dansen op twee
chatoenot” van de overheid: als ze nodig zijn, zorg dat ze zich veilig
kunnen voelen, en niet gewond weg hoeven te rennen van de aanslag, om
maar niet in een ziekenhuis behandeld te worden met gevaar van
uitzetting. Als ze niet nodig zijn, zorg dat er ten eerste geen nieuwe
gastarbeiders binnen komen, en ten tweede: neem de daartoe door jezelf
opgerichte afdeling van de politie iets meer serieus.

Dani Evers werd geboren in Amsterdam. Na zijn middelbare school ging
hij naar Israël, waar hij o.a. psychologie en compuerwetenschappen
studeerde. Evers woont met zijn gezin op de Westbank, in de kleine
gemeenschap Yakir.