Moesaf in sjoels in Kfar Saba…


Deze sjabbat zullen de Moesaf-gebeden in Kfar Saba uitsluitend binnen
in de sjoels worden uitgesproken, en wel om twee redenen: ten eerste,
er is zware regenval voorspeld (eindelijk, baroech Hasheem), en de
vrome plicht van de religieuzen wordt ook zonder nat te worden tijdens
het gebed als aardig op de proef gesteld wegens de natte tocht naar
sjoel.

Tweede reden voor het aanstaande binnenshuis dawwenen is het feit dat
deze sjabbat, voor het eerst sinds drie weken, het koopcentrum “Arim”
dicht blijft (dwz bijna dicht: restaurants en biscopen open, winkels
gesloten, maar dat is een detail), en er hoeft niet gedemonstreerd.

Zoals bekend, een van de meest gebruikte Ivrit woorden is “status-quo”
(samech-tet-tet-vav-samech koef-vav-vav ? moeilijk te ontcijferen voor
nieuwe olim.). Dit begrip houdt het volgende in: een jaar of 50 geleden
wilden verschillende groepen binnen de samenleving allerlei
veranderingen bewerkstelligen die op de een of andere manier verband
hielden met de mate waarin religieuze overwegingen een deel waren van
niet-religieuze maatschappelijke onderwerpen. Omdat Ben Gurion begreep
dat deze veranderingen, hoe klein dan ook, een eeuwig-durende strijd
zouden opleveren tussen verschillende delen binnen de samenleving,
besloot men destijds alles te houden zoals het op dat moment
(toevallig?) was. Een paar voorbeelden: trouwen, scheiden, begraven
worden etc. doet men alleen op de Halachische manier. Op shabbat is er
geen openbaar vervoer, behalve in Haifa. Radio en TV werken op Shabbat,
maar niet op Jom Kipoer. Het eten in het leger en in Staatsziekenhuizen
is kosjer, soldaten krijgen tijd voor dawwenen, etc. etc.

Met alle koved voor BG, velen denken dat er heel veel veranderd dient
te worden, en de religieuze kant van de maatschappij verliest
gewoonlijk: trouwen kan je momenteel ook zonder Rabbijn, begraven
worden kan zonder de religieuze voorberidingen, openbaar vervoer
bestaat in verchillende plaatsen (door prive-ondernemingen, maar het
effect is eender), etc.

Een van de hete hangijzers was altijd “commerciele activiteit op
Sjabbat”. De chiloni zegt: “het hoeft niemand iets uit te maken of ik
wel of niet winkel. Als jij kiddoesj maakt, stoor ik jou niet, jij mij
ajb ook niet, als ik mijn slag wil slaan met een koopje”. De dati zegt:
“het gaat niet om mij, het gaat om het gezicht van de Staat. Het is
duidelijk dat we niemand opleggen wat hij thuis wel en niet doet, maar
in het openbaar vinden wij het belangrijk dat het joodse karakter van
de Staat tot uiting komt”. Daar komt bij dat er overal in de Westerse
wereld, ook bij ons, een wet bestaat die de werk- en rusturen
voorschrijft (ik herinner me dat op de winkeldeuren in Nederland er van
die grafiekjes hingen (hangen?) waarop de openings- en gesloten uren
staan, en eronder saat voorgedrukt: “max 52 uur”). Shabbat is
traditie-getrouw geen winkeldag. Zowel de winkeliers als de klanten
zijn gebaat bij vermaak dat zich niet rond de consumptie concentreert.
(Ook de dati winkeliers komen in een benadeelde concurrentie positie,
maar dat is een prive probleem.)

In Kfar Saba is het winkelcentrum “Arim” een paar keer open geweest, en
religieuzen hebben protest-tefilot gehouden, met grote opkomst. De
winkeliers kregen boetes opgelegd (door niet-Joodse politie), maar wat
je op een dag verdient is veel meer dan de boete, dus het bleef
kedai.Na druk op een van de eigenaars van het winkelcentrum, zijn de
winkels deze Shabbat gesloten, en we wachten gespannen op de volgende
uitbarsting van een van de onoverbrugbare en onbeslisbare geschillen
binnen de Israëlische samenleving.

Dani Evers werd geboren in Amsterdam. Na zijn middelbare school ging
hij naar Israël, waar hij o.a. psychologie en compuerwetenschappen
studeerde. Evers woont met zijn gezin op de Westbank, in de kleine
gemeenschap Yakir.