De tunnels van Rafah


Door de strategische ligging tussen Egypte en Libanon is Rafah altijd handels- en smokkelstad bij uitstek geweest. Onder de stad ligt een netwerk van tunnels. Het gebruik ervan is te huur.

De stad Rafah in het zuiden van de Gazastrook gaat terug tot
de achtste eeuw voor Christus. Zij gold vanouds als een handelscentrum,
strategisch gelegen op de route van Egypte naar Syrië en Libanon.
Smokkelen hoorde er altijd al bij.

Maar het idee van de smokkeltunnels is een product van een actuelere
realiteit. Het is -ironisch genoeg- zelfs het gevolg van een
vredesakkoord.

130000 inwoners telt Rafah, onder wie vluchtelingen (en hun nazaten),
die in de oorlog van 1948 werden verdreven en in vluchtelingenkampen
terechtkwamen. Hun wijken dragen nog altijd de namen van de dorpen van
herkomst in Israël. Andere wijken kregen verweg-namen, zoals
bijvoorbeeld Brazil en Canada, omdat deze landen geld hadden geschonken
voor hun herhuisvesting.

In 1982 werden de vluchtelingenkampen opnieuw getroffen. Het
vredesakkoord tussen Israël en Egypte voorzag in een herstel van de
oude grens (in feite de grens van Egypte met het Ottomaanse rijk).
Alleen liep die grens door het inmiddels uitgedijde Rafah, dwars door
de vluchtelingenwijken.

In het begin dienden de tunnels ook simpelweg om contact met de familie
aan de overkant van de straat te houden. Maar daarnaast nam de smokkel
van sigaretten, drugs, en elektronica, maar ook goud toe. De nauwe
banden aan weerszijden van de grens waren -en zijn- daarbij zeer
nuttig. Net zo goed als het helpt dat Egypte er volgens het
vredesakkoord geen troepen mocht stationeren. De Egyptische
politiemacht die in deze verre verlaten uithoek toezicht houdt, knijpt
voor een extra zakcentje maar al te graag een oogje dicht.

De afgelopen tijd ligt het accent op wapens, munitie, documenten en
door Israël gezochte personen. Volgens Israël is Rafah de wapenschuur
van Gaza geworden.

Het beheer van de tunnels is in handen van enkele familieclans. De
aanleg duurt doorgaans een paar weken, maar zou de laatste jaren met
het uitbreiden van de Israëlische bufferzone al zo’n twee tot drie
maanden duren. De kosten voor de aanleg van een beetje tunnel op niveau
wordt geschat op rond de 10000 dollar.

Het bouwen van de tunnels in Rafah is een ingewikkeld en kostbaar
proces. Eerst moet de familie die in een huis in het grensgebied woont,
worden afgekocht. Meer dan eens, zo vertellen de Palestijnen in Rafah
zelf, worden ze voor het blok gezet. Vanuit de kelder, of de bijkeuken,
of waar ook, wordt de diepte in gegraven. Na twee, drie meter puur zand
begint de kalklaag die geleidelijk harder wordt. De zandgrond heeft het
voordeel dat het gemengd met een beetje water snel hard wordt.

In het begin was een diepte van vijf meter genoeg, tot de Israëliërs
greppels begonnen te graven. Maar ook in lengte werden de tunnels
telkens aangepast als de Israëliërs de grenszone weer eens verbreedden
en daartoe huizen neerhaalden –gebied scheren heet dat in het
Israëlische legerjargon.

Geleidelijk kwam er steeds meer bij kijken om het zand af te voeren,
ervoor te zorgen dat de tunnels niet instortten en er genoeg zuurstof
was. Het wegscheppen gebeurde aanvankelijk met emmertjes aan touwen. De
laatste jaren reden er al wagonnetjes op rails.

Zoals gezegd ging het vroeger nog voornamelijk om de smokkel van
sigaretten, drugs, elektronica, en goud, maar de laatste tijd vooral om
wapens, munitie, documenten en door Israël gezochte personen. De
afnemers van deze kostbare zaken -de radicale bewegingen, maar volgens
Israël ook het