De kosten tellen


Serieus onderzoek naar de economische gevolgen van de vorige week afgesloten Operatie Regenboog in Rafah is hard nodig, betoogt Haaretz-journaliste Nehemia Strasler.

Het Israëlische leger heeft  in het midden van de afgelopen week
Rafah verlaten, Operatie Regenboog kwam hiermee tot een einde. Tijd om
enig serieus onderzoek te doen naar de morele kanten van het vernietigen van 56
huizen, 53 doden (cijfers van het Israëlische leger), de vernielde
straten, de verwoeste electriciteitscentrale, de waterleidingen en riolen die kapot zijn en honderden mensen die geen huis meer
hebben. De militaire gevolgen van de operatie zullen worden onderzocht
door het leger, maar de operatie heeft ook een economisch aspect, meer
dan waard om te worden bekeken.

De beelden die in Europa en de VS via de televisie de huiskamers
binnenkwamen, hebben het imago van Israël substantieel aangetast. De
hele wereld zag hoe
tankgranaten in een demonstratie van burgers terecht kwam, zag muren
vol
kogelgaten, zag families in de ruïnes van wat eens hun huis was en
kleine kinderen met wat schamele bezittingen op hun rug.
En dan natuurlijk de beelden van een oude vrouw, wat minister van
justitie, Yosef Lapid, de opmerking deed maken “dat deze oude vrouw,
zoekend in de puinhopen, hem deed denken aan zijn eigen grootmoeder
tijdens de Tweede Wereldoorlog”. Weinigen zullen onwetend zijn van hoe het afliep met Lapid’s grootmoeder.

De Europese ministers van Buitenlandse Zaken veroordeelden de
Israëlische acties en riepen op tot een onmiddelijke staken van het
zinloos vernietigen van huizen omdat dit in strijd was met de
internationale wetten. De Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken,
Powell had ook kritiek op het vernietigen van zoveel huizen, want het
zou
kunnen leiden tot het ‘ontwortelen van burgers’.
Ook de Turkse
minister-president Erdogan had harde kritiek op de acties van het
leger in Israël, die hij een “door de staat gesanctioneerde vorm van
terreur” noemde. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken overweegt om
de Turkse ambassadeur uit Tel Aviv terug te roepen, terwijl tot nu toe
Turkije een van de landen was die altijd Israël steunde.

Het is waar, in de cynische wereld waarin wij vandaag leven wordt het
meeste gecontroleerd door partijen die bepaalde belangen hebben bij
extreme situaties, of  belang hebben bij bepaalde
economische omstandigheden die van invloed zijn op de wereldeconomie,
zoals bijvoorbeeld de boycot van Zuid-Afrika waardoor het apartheidsregime omver werd geworpen.
 
Op de vorige week gehouden Economische Wereldconferentie in Jordanië,
aan de oevers van de Dode Zee, bereikte de haat tegen Israël een
hoogtepunt. Niet alleen bij Arabieren, maar ook bij Europeanen en
academicie. Een van hen merkte op dat “op het moment dat Amnesty
International beweert dat Israël oorlogsmidsdaden pleegt, ieder
degelijk concern in het Westen een probleem heeft met commerciële
relaties met Israël.”

Een groep joodse en niet-joodse aandeelhouders van Caterpillar (bouwer
van o.a. de bulldozers die door het leger worden gebruikt) hebben
onlangs druk op het management uitgeoefend om geen bulldozers meer aan
Israël te leveren, omdat door het vernielen van huizen met bulldozers
van Caterpillar dit als een boemerang tegen het bedrijf kan werken.
 
Op universiteiten in het westen word de roep om de academische en
wetenschappelijke banden met Israël te verbreken steeds sterker, en
zoals bekend hebben academici een grote invloed op de publieke opinie.

Het is moelijk om de grootte van de economische schade te bepalen welke
is veroorzaakt door de Rafah operatie, maar het is duidelijk dat de
prijs hoog is en de schade lang zal voortduren. Er zijn bedrijven en
personen die geen commerciele relaties meer met Israël willen, er zijn
toeristen die andere bestemmingen gaan kiez