In Den Haag


Rob Cassuto bracht een bezoek aan Den Haag waar zijn neef een winkel opende en daarmee in de voetsporen trad van hun beider overgrootvader Mozes Winkel.

Donderdagmiddag was ik op weg naar Den Haag, de stad waar ik niet
geboren ben, maar wel getogen. Op de heenweg babbelde radio 1 vooral
over de nieuwe grondwet voor de Europese Unie. Kamerlid van de VVD Hans
van Baalen vond dat als het op de topbijeenkomst dezer dagen niet lukte
om de grondwet aan te nemen deze maar in de ijskast moest. De bellers
in het programma sputterden wat pro of contra Europese Unie – zo half
om half – , toen ik in Zoetermeer aankwam.

Daar parkeerde ik de auto bij m’n zus en samen gingen we met de sprinter Haagwaarts.

 Heel lang was ik niet meer in de Residentie geweest.

 Het eerste wat mij opviel was een raar groepje wolkenkrabbers bij
het Centraal station, merendeels ministeries. Ze passen helemaal niet
bij elkaar, dat is mijn indruk van dit omhoogstrevend stukje Den Haag.
Het is onbegrijpelijk onharmonisch.

De Hoftoren is het laatste moderne gebouw links op de foto (red.)

Een van die steile gebouwen eindigde hemelwaarts in een messcherpe
boog. Het deed pijn aan de ziel om ernaar te kijken. Alsof je je vinger
snijdt aan een grashalm, maar dan psychisch. Niet “abgeeckt” zouden
antroposofen zeggen.
Het is de Hoftoren, het nieuwe tehuis voor het ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Later lees ik dat net op deze dag
de officiële opening heeft plaatsgevonden met Maria van der Hoeven en
Maxima, die wie weet net de plaquette onthulde toen de toren op mijn
netvlies kwam. Het ongenaakbaar piekend gebouw heeft de High-Rise Award
van de gemeente Frankfurt gekregen…

Verder met mijn zus het namiddagse Haagse centrum in, langs de met
muren en tankgrachten verdedigde burcht van de Amerikaanse ambassade op
weg naar het Noordeinde. Want wij zijn óók op weg naar een opening. Die
van de winkel van mijn neef David. Aan het Noordeinde dus, toplocatie.
Dus bewandelen wij eerst het Toernooiveld; daar is de rommelmarkt nog net niet afgelopen.
Boven de kramen is iets vreemds aan de hand: er hangen aan een
ellenlange waslijn honderden colbertjasjes aaneengerijd; die zijn niet
te koop maar vormen samen één van de objecten van een expositie op het
Toernooiveld en het Lange Voorhout en langs de Hofvijver. Die
expositie, bestaat uit monumentale kunstwerken van kunstenaars uit
vooral ook de nieuwe Europese lidstaten. Titel: Giganten. ‘t Is
natuurlijk ook een stukje Den Haag promotion.

We pikken het een en ander ervan mee, als we het zandige middenpad van
het lommerrijke Lange Voorhout bewandelen: we passeren een aantal van
die objecten; een lange metershoge doffe bronzen sliert met een
glanzend koperen vogelkop, genaamd “Christ”, dan een uit de kluiten gewassen droogrek, waaraan houten plakkaten met
namen van God in allerlei talen hangen, vervolgens twee gigantische
ijskonijnen. Daarna lopen we door een transparant perspex doolhofje en
komen dan via twee driemetershoge blauwgeklede binken op de Plaats.

Als je dan het Noordeinde opgaat, rechtsaf slaat en ongeveer
honderd meter doorloopt zie je aan de linkerkant de nieuwe winkel in
meubels en interieuraccessoires
van mijn neef David.
In het pandje met stijlmeubels, elegante tafeltjes, lampen en vazen wordt het gaandeweg een drukte van belang.
Ik signaleer David?s trotse moeder, diverse familieleden, ontwerpers en
veel dertigers, dat zijn vast David’s ex-collega’