Naomi Shemer (74) overleden


De componiste van het wereldberoemde lied ‘Jerushalayim shel zahav’ (Jeruzalem van goud) overleed na een langdurig ziekbed in een ziekenhuis in Tel Aviv.

Naomi Shemer was één van de belangrijkste Hebreeuwse songwriters sinds
de stichting van de staat -veel van de honderden liedjes die ze schreef
werden een belangrijk onderdeel van de Israëlische cultuur.
Songwriter en componist Naomi Shemer, 74, is zaterdag na een langdurige
ziekte in het Ichilov ziekenhuis in Tel-Aviv overleden. Shemer was één
van de belangrijkste Hebreeuwse songwriters sinds de stichting van de
staat -veel van de honderden liedjes die ze schreef werden een
belangrijk onderdeel van de Israëlische cultuur.

Shemer is zondag begraven in Kibboets Kinneret, waar ze werd geboren.
Ze zette haar eerste muzikale schreden in sing-alongs in  Kibboets
Kinneret, waarvan haar ouders mede-oprichters waren. Ze diende in de
entertainment divisie van het leger, de Nahal Brigade.
In 1955 verliet ze de kibboets om muziek te gaan studeren aan de Rubin
Academy of Music in Jeruzalem. Later keerde ze terug naar de kibboets
om de kinderen les te geven in ritmes en het schrijven van
kinderliedjes. Uiteindelijk streek ze neer in  Tel Aviv, waar ze
in 1956 de woorden voor de musical Hamesh-Hamesh (Five-Five) schreef.

In die tijd trouwde ze met haar man, de acteur  Gideon Shemer,
vader van haar dochter Lali. In 1957 schreef ze de woorden voor de
eerste show van  Batzal Yarok met Haim Topol. Een van de liedjes
daarin was Zamar Noded (zwervende troubadour). Het lied Hoopa Hey, dat ze voor de  IDF schreef, won een internationaal songfestival in Italie in1960. In 1963 schreef ze Hurshat Haeucalyptus (De eucalyptus boomgaard) voor een jubileum- musical van Kibboets Kinneret.

Shemer’s muziek verbond het gewone met het feestelijke, de landschappen
van de Kinneret met de witte stad Tel Aviv, haar eigen biografie met de
geschiedenis van Israël tussen oorlog en vrede.

Oorlogsliederen
In de zestiger jaren scheidde Shemer van haar man en verhuisde ze naar
Parijs, waar de taal haar liedjes beinvloedde, bijvoorbeeld in Ha’ir Ba’afor (de grijze stad).  Bij terugkomst in Israël trouwde ze met advokaat Mordechai Horowitz, de vader van haar zoon Daniel.

In 1967 bereikte ze de climax van haar carriere, toen ze het bekende lied  “Jerushalayim shel zahav
schreef. Dit lied werd door veel Israëli’s beschouwd als een tweede
Israëlisch volkslied. Het lied werd door de burgermeester van of
Jeruzalem, Teddy Kollek, voor het Israëlisch songfestival
voorgedragen., en werd gezongen door Shuli Natan.

Aan het einde van de oorlog voegde Shemer een couplet toe aan het lied
dat begon met “Terug naar de bronnen en de fonteinen binnen de oude
muren…” In diezelfde tijd schreef zij Anahnu Shneinu Meoto Hakfar (we komen allebei uit hetzelfde dorp), waarin ze de oorlogs gevallenen toespreekt.

Na de Jom Kippoer oorlog in 1973, schreef ze Lu Yehi (mag het zo
zijn). Na de moord op premier Rabin arrangeerde ze het lied 
Whitman’s “O Captain, My Captain” van Walt Whitman.
In 1987, kreeg Shemer de Israël Prize voor haar bijdrage aan de 
Israëlische muziek, and over de jaren ontving ze vier eredoctoraten.

Onsterfelijke nalatenschap
“We hadden het enorme privilege dat deze grootheid  in onze
generatie leefde en werkte.” zei Minister van Educatie Limor Livnat
zaterdag. “Een vrouw van goud die de belangrijke momenten in het leven
van haar land in haar teksten wist te weven en met haar ongekende
talent de hergeboorte van Israël in dit land tot uitdrukking bracht.
Naomi heeft een onsterfelijke nalatenschap voor ons achtergelaten, waar
nog veel generaties Israëli’s mee zullen worden grootgebracht.”

Naar een a