Amsterdamse makelaardij Joseph Elburg fuseert

Activa, vastgoedportefeuille en klanten van vastgoedspecialist Joseph Elburg worden integraal overgenomen door kantorenmakelaar Van Gool & Partners, die daarmee de concurrentieslag aangaat met grote internationale makelaars met nevenvestigingen in de hoofdstad.


Van Gool (opgericht in 1984) en Elburg (1976) behoren tot de top-vijf
van kantorenmakelaars in Amsterdam. Volgens Hans Gosewehr, een van de
‘partners’ van Van Gool, heeft de overname niets te maken met de enorme
leegstand van kantoren
in Amsterdam. “De huurdersmarkt is nog steeds slecht, hoewel er wel van
een licht herstel sprake is. Maar de beleggingsmarkt is fantastisch.
Vastgoedbeleggers uit onder meer Duitsland, de VS en Israël staan te
trappelen om in Nederland gebouwen te kopen. We verwachten dat er dit
jaar in Amsterdam zeker een miljard euro in het beleggings-onroerend
goed zal omgaan.”

“De beleggingsmarkt heeft veel aandacht en energie nodig. Voor al die
extra aandacht zochten we bij Van Gool al een tijdje naar nieuw
personeel. Zo kwamen we in gesprek met Elburg. Ook de huurdersmarkt
behoeft aandacht nodig. De huurders die er zijn, moet je zien te
vinden.”

De bedrijven Van Gool en Elburg kennen elkaar goed. Gosewehr werkte
geruime tijd als commercieel directeur bij Elburg. “Onze contacten
gingen altijd al verder dan die tussen makelaars.” “Technisch is het
een overname, maar in de praktijk is het een echte fusie,” zegt hij.
“Zij trekken met alle portefeuilles en klanten bij ons in.”

De overname heeft geen gevolgen voor de werkgelegenheid. De enige
werknemer die niet met de fusie meegaat is Joseph Elburg zelf, de
oprichter van het overgenomen bedrijf. “Als naamgever trek je niet zo
gemakkelijk bij een ander in. Bovendien ben je in dit vak met 57 al een
oude man.”

Elburg blijft individueel wel actief op de vastgoedmarkt. “Ik wil me
voor eigen rekening bezighouden met vastgoedbeleggingen. En ik ben
benaderd door internationale partners om iets voor hen te doen. Daar
moet ik nog eens over nadenken.”

Bron: Het Parool, 4 oktober 2004