Hoe stabiel is de Palestijnse Autoriteit?


De zelfmoordaanslag op de Carmel- markt maandagmorgen in Tel Aviv waarbij drie Israëli’s werden gedood zou erop duiden dat radicale Palestijnse facties willen bewijzen dat zij en niet de officiele plaatsvervangers van de zieke Arafatnu de dienst uitmaken.

Paniek en chaos maandagmorgen op de drukbezochte Carmel-markt in Tel
Aviv. Een Palestijnse tiener, met vijf kilogram explosieven op zijn
lichaam gebonden, blies er zichzelf op tussen de groente- en
fruitkramen. Tientallen Israëli’s raakten zwaar gewond. Drie
overleefden de aanslag niet. De dader, de 16-jarige  Eli Amer
Alfar, afkomstig uit Askar, een vluchtelingenkamp  bij Nabloes op
de Westelijke Jordaanoever, joeg zichzelf mee de dood in. Alfar is een
van de jongste Palestijnse zelfmoordterroristen ooit.

De verantwoordelijkheid voor de aanslag – de 116de sinds het begin van
de tweede intifada eind september 2000 – werd opgeeist door het
Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), de radicale
splintergroepering van Arafat’s PLO.

Namens de officiele Palestijnse Autoriteit uitte premier Ahmed Qurei
kritiek op de aanslag. “We geloven niet dat dit soort acties de
Palestijnse zaak dient en we roepen daarom alle Palestijnen op niet
langer burgers als doelwitten te gebruiken.” Qurei riep een extra
kabinetsraad en een vergadering van de Palestijnse Veiligheidsraad
bijeen. Sinds het vertrek van Arafat vorige vrijdag beleggen de hoogste
Palestijnse leiders elke dag een meeting, al benadrukken ze terzelfder
tijd dat Arafat, ondanks zijn afwezigheid,  in command blijft.

 Vanop zijn ziekbed in Parijs veroordeelde ook Jasser Arafat de
zelfmoordactie. Hij riep de Palestijnen en Israëli’s op het conflict
niet langer over de hoofden van onschudlige burgers uit te vechten.
Arafat liet zijn vrouw Suha de boodschap telefonisch overbrengen aan de
Palestijnse woordvoerder Abu Rheneh, maar toen zij laatstgenoemde aan
de lijn had nam Arafat alsnog zelf de mobiele telefoon en vroeg hij Abu
Rheneh nog eens nadrukkelijk om zijn mededeling zo snel en zobreed
mogelijk te verspreiden.

Direct na de aanslag in Tel Aviv zei premier Ariel Sharon gisteren dat
Israël ook tijdens de afwezigheid van de Palestijnse leider Jasser
Arafat de oorlog tegen het terrorisme onverminderd zal voortzetten.”.

Tijdens de zondagse kabinetszitting heeft Sharon duidelijk gemaakt dat
hij nieuwe onderhandelingen met de Palestijnen niet uitsluit, op
voorwaarde dat er een nieuw en serieus te nemen Palestijns leiderschap
zal worden gevormd dat bereid is om de infrastractuur van de
terroristische bewegingen te ontmantelen. “In dat geval kan er opnieuw
over het stappenplan naar de vrede worden gepraat en kan dat plan
eventueel gecoordineerd worden met ons ontruimingsplan van de joodse
nederzettingen”, aldus Sharon.

Op diezelfde kabinetsraad liet Sharon er niet de minste twijfel over
bestaan dat Arafat niet in Jeruzalem zal worden begraven, “zolang ik
premier ben.” Als Arafat herstelt mag hij wel terugkeren naar de
Palestijnse gebieden, aldus Sharon.

Over de aard van de ziekte van de Palestijnse leider worden nog altijd
geen mededelingen gedaan, al zijn de speculaties niet van de lucht.
Volgens de Israëlische militaire inlichtingendienst zou Arafat lijden
aan de virale infectie of kanker.  De Palestijnen zeggen dat de
75-jarige Arafat aan de beterende hand is en dat hij zeker geen
leukemie of een andere vorm van kanker heeft.

Advertentie (4)