Israëlische banken ‘onwelwillend’ over oorlogstegoeden

Op 20 januari maakte een Israëlische parlementaire commissie haar bevindingen bekend over de slapende tegoeden bij Israëlische banken van o.a. Nederlandse Holocaustslachtoffers. De Commissie onderzocht ook het gedrag van de Israëlische overheid.


In het vif jaar durende onderzoek slaagde de Commissie erin
gegevens van 3000 van de naar schatting 9000 rekeningen te achterhalen.
Er staan tientallen Nederlanders op de lijst van gevonden
rekeninghouders. De namen zijn in te zien op de site: knesset.gov

Het merendeel van de rekeningen betreft stortingen van joden uit
Europa voor WOII naar de Anglo-Palestine Bank. Ze hoopten met die
stortingen toegang tot het Britse mandaatsgebied Palestina te
verkrijgen. Tijdens de nazibezetting van grote delen van Europa namen
de Engelsen de rekeningen van de Europese joden, als onderdanen van een
vijandelijke magendheid in beslag. Na de oorlog werden de tegoeden weer
vrijgegeven en in handen gesteld van Israëlische banken,zoals de Bank
Leumi, de rechtsopvolger van de Anglo Palestine Bank. Het merendeel van
de rekeninghouders en hun directe familieleden bleken toen vermoord te
zijn.

De Commissie is nog niet geheel klaar met haar werk. Ze studeert zij
nog op andere bezittingen, zoals grond en huizen, die door Europese
joden voor de oorlog zijn gekocht en waarvan het beheer uiteindelijk
bij de staat terecht is gekomen. Colette Avital zegt bij het onderzoek
op ‘onwil en obstructie’ van de kant van de banken te zijn gestuit.
Over het bedrag dat de overheid en banken hebben achtergehouden,
bestaat nog steeds onenigheid. Het zou gaan om minstens 160 miljoen
euro.

De Israëlische media hekelden het gedrag van de banken en de staat.
Zo meende Israëls grootste krant, Jediot Achronot, dat de staat Israël,
‘de staat van de Joden’, door de jaren heen ‘het laatste bezit van de
in de holocaust omgekomen Joden heeft geplunderd’. Het Israëlische
parlement heeft het rapport goedgekeurd en eist nu dat de tegoeden
worden teruggegeven aan de erfgenamen van de slachtoffers [CIDI].

Het Platform Israël, een samenwerkingsverband van Nederlands-joodse
organisaties, heeft zondag besloten ‘dat grote nationale en
internationale druk noodzakelijk is’ om het geld terug te krijgen. De
Israëlische banken lieten weten dat ze ‘geen cent uitbetalen zolang er
geen wet is die dat regelt’. Volgens het platform stellen de banken
zich ‘onwelwillend’ op en is de regering ‘passief’
[Bron: nieuws.nl, 24 januari 2005].

Het Platform Israël gaat de Nederlanders op de lijst en hun
erfgenamen bijstaan hun bezit terug te eisen. In Nederland overweegt
het Centraal Joods Overleg CJO,
waarin ook het CIDI voor dit soort zaken actief is, om samen met het
Platform Israël hetzelfde te doen. CJO en Platform waren in de periode
1997-2000 acief in het terugkrijgen van de bezittingen van Nederlandse
joden, die door staat, banken, beurs en verzekeraars werden
vastgehouden. Uiteindelijk werd een bedrag van 764 miljoen gulden aan
joodse individuen en organisaties gerestitueerd.

Bron: CIDI, 21 januari 2005.

Advertentie (4)