Opnieuw opperrabbijn benoemd

De geleerde rabbi Arje Leib bar Gershom, wiens patroniem een verwijzing is naar de Fries-Joodse achternaam Gudema, wordt opperrabbijn van Groningen, Drente en Friesland. Daarmee volgen de drie noordelijke provincies het voorbeeld van Amsterdam dat onlangs ook weer een eigen Opperrabbijn koos. De noordelijke Opperrabbijn gaat in Groningen wonen.



Het initiatief om na zo veel jaar weer over te gaan tot de benoeming
van een eigen Opperrabbijn, kwam temidden van de vele proefballonnetjes
die als goede voornemens aan het begin van 2005 in bestuurlijk
Nederland werden opgelaten. Kort daarna hield de Permanente Commissie
in Zwolle een regiobijeenkomst waarbij ook de besturen van de Joodse
Gemeenten Drenthe, Leeuwarden en Groningen aanwezig waren. Op de
gezamenlijke terugweg in de trein vond een van hen een uitspraak van de
Frysk Nasjionale Partij (FNP) in een achtergelaten Leeuwarder Courant.
De FNP heeft voorgesteld om de drie noordelijke provincies zich
gezamenlijk te laten afscheiden van de rest van Nederland en Groningen
tot hoofdstad van het nieuwe staatje te kiezen. Geinspireerd door een
gloedvol betoog van NIK-voorzitter Blog om meer en intensiever te gaan
samenwerken als kehillot, werd nog voor Meppel besloten het
FNP-voorstel in grote lijnen te volgen.

Omwille van de voorgezette ontvangst van de loeach wordt het NIKverband
niet verlaten, maar wel is besloten een bestuurlijke eenheid te vormen
en een eigen Opperrabbijn te benoemen. Deze dient uiteraard aan de
criteria te voldoen, waaronder niet alleen van goed geestelijk en
zedelijk gedrag te zijn, maar ook in de landstaal predikatien te kunnen
houden en onderwijs te geven. Men kwam al gauw tot het compromis dat de
nieuwe geestelijk herder elementen van alledrie de provincies zou
moeten hebben. Zo zal hij in het Fries prediken, in Groningen wonen en
met een enigszins ludieke gedachte, om de Drenten een blijk van
herkenning te geven, een ja-knikker moeten zijn.

Het is aan prof. dr. W. Jac. Van Bekkum, hoogleraar semitische talen
aan de Rijksuniversiteit Groningen en uit het Groningse medieneland
afkomstig, te danken dat ook daadwerkelijk tot de benoeming van een
opperrabbijn kan worden overgegaan. Hij kwam op zijn wetenschappelijke
reizen in aanraking met de geleerde Rabbi Arje Leib bar Gershom, wiens
patroniem een verwijzing is naar de Fries-Joodse achternaam Gudema.
Hoewel hij in de kringen van jesjiwot (Talmoed hogescholen) en bate din
(rabbinale gerechtshoven), meer bekend staat onder het acroniem van
zijn Joodse namen. De Noordse bestuurders waren juist op zoek naar een
rabbijn van Nederlandse signatuur omdat diens vooroorlogse voorgangers
dat ook veelal waren. Zij noemen in dat verband de opperrabbijnen
Asscher, Dasberg, Van Loen, Rudelsheim, Hillesum, Tal en Davids en
roemen opperrabbijn Berlinger die de Nederlandse verhoudingen zo goed
aanvoelde. Naar verwachting zal Gudema binnenkort zijn intrek nemen in
de rabbinaatswoning aan de Folkingestraat en zijn eerste taallessen,
zowel Nederlands als Fries, krijgen.

Raw Jacobs heeft zich bereid verklaard de installatie van raw Gudema te
verrichten. “Mijn voorouders komen uit Veendam dus ik had de oudste
rechten, maar later hebben andere voorouders van mij zich in Sneek van
de kehilla afgescheiden om een eigen gemeente te beginnen. Ik begrijp
dus als geen ander die Friese afscheidingsdrang.” Verrassend genoeg
ziet hij ook nog plaats voor Gudema binnen het IPOR. “Die afkorting
staat net zo goed voor Interprovinciaal als voor Internationaal
Opperrabbinaat, dus als de landsgrenzen voortaan bij Wieringen en boven
Zwolle ophouden, dan kan Gudema gewoon met mij mee blijven doen.”

Bron: NIK, 22 maart 2005

Geschiedenis van de joden in de provincie Groningen: