Argentijnse joden herdenken aanslag

Buenos AiresDe Argentijnse joden herdenken de aanslag op de Israëlische ambassade, die negen jaar geleden plaatsvond. De joden in Argenitinië kennen vele problemen: antisemitisme, maar ook financiële misère.

Maart 1992, negen jaar geleden, ontplofte er een autobom voor de Israëlische ambassade in Buenos Aires. 29 mensen kwamen om het leven en meer dan tweehonderd raakten er gewond. De joodse gemeente in Argentinië is gefrustreerd dat de daders van deze aanslag nooit zijn gepakt."We willen niet bedelen om gerechtigheid, we eisen het," zei Carlos Susevich, wiens dochter omkwam bij de aanslag. "Niemand is gearresteerd, niemand staat terecht. Wij zijn daar zeer gefrustreerd over," zei Benjamin Oron, sinds september de Israëlische ambassadeur in Argentinië. "Na negen jaar zijn er nauwelijks resultaten geboekt." Orons voorganger Itzhak Aviran uitte scherpe kritiek op Argentinië. Niet alleen zijn de daders van de aanslag in 1992 nooit gevonden, ook de bomaanslag op een een gebouw van de joodse organisatie AMIA in Buenos Aires in 1994 is nooit opgelost. Bij de aanslag op het centrum kwamen 86 mensen om het leven, en raakten driehonderd anderen gewond.Joodse leiders in Argentinië en daarbuiten wijten het feit dat de daders van deze aanslagen nooit gevonden zijn aan onbekwaamheid, corruptie en antisemitisme bij de veiligheidsdienst en de regering. Argentinië heeft een grote joodse gemeenschap, maar het aantal joden daalt gestaag. In de jaren zestig woonden er nog 320 duizend joden, nu zijn er ongeveer 190 duizend. Gemengde huwelijken en emigratie zijn hiervan de oorzaak. Begin jaren negentig bloeide de joodse gemeenschap weer. Er kwamen een joodse universiteit, een joods radiostation en een televisiezender met non-stop uitzendingen. Door de aanslagen, maar ook door financiële schandalen, duurde de opleving niet lang. Het faillisement van de Banco Patricios, die 329 miljoen joods spaargeld in zijn bezit had, zorgde ervoor dat tientallen scholen en de universiteit Bar-Ilan hun deuren moesten sluiten. De televisiezender kon niet langer 24 uur per dag uitzenden en moest zich beperken tot enkele uitzendingen per dag.Inmiddels zijn er vele joodse armen in Argenitinië. Sjoels besteden meer tijd aan het helpen van dakloze en werkloze joden, dan aan diensten. Vele joodse winkeliers zijn de dupe geworden van de liberaal-economische politiek, waar Argentinië in de jaren negentig naar is overgestapt. Daarom hebben vele Argentijnse joden besloten te emigreren, naar Israël, Spanje en de Verenigde Staten.De joodse gemeenschap in Argentinië kent niet alleen misère. Het aantal sjoelbezoekers groeit doordat nieuwe, jonge rabbijnen het roer hebben overgenomen. Orthodoxe groepen trekken met luidsprekers mensen naar hun bijeenkomsten.Tijdens de herdenkingen van de bomaanslag negen jaar geleden werd wel de angst voor nieuwe aanslagen geüit. Het geweld in het Midden-Oosten zou, zoals in vele landen, negatieve gevolgen kunnen hebben voor de joodse gemeenschap. In 1998 verklaarde het Argentijnse Hooggerechtshof dat de bomaanslag op de ambassade in 1992 het werk zou kunnen zijn geweest van de Islamitische Jihad-beweging. Maar, zo zei de Israëlische ambassadeur Oron, angst is onze grootste vijand.