Sidra Ki Tisa, Sjemot (Exodus) 30:11-34:35

Het thema van Sjabbat Para is zuivering. Het doel van het instellen van deze speciale Sjabbat was om de gemeenschap van Jisraëel eraan te herinneren dat het Pesach-offer gebracht moest worden door mensen die ritueel rein waren.

Bekijk de haftara van de week met Baruch Sienna:

We kunnen ons falen ongedaan maken door dezelfde krachten ten goede te gebruiken is.

INLEIDING EN VERBINDINGEN

Sidra Ki Tisa onderbreekt de beschrijving van de bouw van de Misjkan (het Heiligdom) met de gebeurtenissen rond het Gouden (of Gesmolten) Kalf en het breken van de eerste Stenen Tafelen. Hoewel er dit jaar een speciale haftara wordt gelezen (zie hieronder), wordt de reguliere haftara genomen uit I Melachiem [I Koningen] 18:1-39; in de Sefardische minhag begint men met vers 20. Zowel in de tekst van de sidra als in de haftara plegen de Israëlieten verraad aan God en moet de leider (Mosjee/Eliahoe) tussenbeide komen om een waarachtige eredienst terug te brengen en het verbroken verbond te herstellen tussen God en de gemeenschap.

Deze week wordt opnieuw een speciale haftara gelezen, de derde van de vier voor Pesach. Daaraan voorafgaand wordt in orthodoxe kringen ook een speciale maftier gelezen uit Bemidbar [Numeri] 19:1-22. Deze tekst beschrijft het ritueel van de Rode Koe, dat ook deze Sjabbat zijn speciale naam heeft gegeven: Sjabbat Para. De speciale haftara is Jechezkeel 16-38; de Sefardische en onze liberale minhag is te eindigen met vers 36. Het thema is parallel aan dat van de maftier, namelijk dat van zuivering. Het doel van het instellen van Sjabbat Para was om de gemeenschap van Jisraëel eraan te herinneren dat het Pesach-offer gebracht moest worden door mensen die ritueel rein waren.

Voor het geheel: www.levisson.nl (klik op Parasjat Hasjawoea)
Vertaling: Paula Reisner
Voor het origineel: klik hier

Klik op het logo om verder
te lezen op de website van het Levisson Instituut

Sjabbat 10 maart 2007/ 20 adar 5767
Sidra Ki Tisa, Sjemot [Exodus] 30:11-34:35
Haftara Sjabbat Para: Jechezkeel 36:16-36