Een van de eerste moskeeën in het Heilige Land opgegraven in de bedoeïenenstad Rahat

Een zeer vroege moskee die dateert uit de 7e tot 8e eeuw wordt opgegraven nabij Rahat, juli 2019. (Anat Rasiuk / Israel Antiquities Authority)

Een zeldzame, zeer vroege moskee werd opgegraven tijdens recente archeologische opgravingen in de Zuid-Israëlische bedoeïenenstad Rahat. De openlucht moskee wordt door archeologen van de Israel Antiquities Authority gedateerd uit circa 7e-8e eeuw na Christus en is een van de vroegst bekende voorbeelden ter wereld, volgens een IAA-persbericht vandaag.

De IAA-expert over de vroege islam, prof. Gideon Avni: “Dit is een van de vroegste moskeeën die bekend is vanaf het begin van de komst van de islam in Israël, na de Arabische verovering in het jaar 636”.

Ook ontdekt op de plek, opgegraven voor de bouw van een nieuwe wijk, waren de overblijfselen van een grote boerderij die dateert uit het einde van het Byzantijnse tijdperk, circa 6e-7e eeuw, evenals een aantal andere gebouwen. Een indicatie van een vroege islamitische landbouwgemeenschap.

Hoewel de Arabische verovering plaatsvond in 636, werd de islam pas in de 9e eeuw de meerderheidsreligie.

“Een kleine landelijke moskee, uit de 7e tot 8e eeuw, is een zeldzame vondst waar ook ter wereld, vooral in het gebied ten noorden van Beersheba, waar nog geen soortgelijk gebouw is ontdekt. Uit deze periode zijn er grote bekende moskeeën in Jeruzalem en in Mekka, maar hier hebben we bewijs van een oud huis van gebed, dat de boeren die in het gebied leefden lijkt te hebben gediend”.

Naast de moskee werden ook andere overblijfselen van grote gebouwen ontdekt. De structuren werden verdeeld op basis van hun verschillende doelen, waaronder woonkamers, open binnenplaatsen, opslagruimte en ruimtes voor voedselbereiding, inclusief open lucht ovens of wel tabouns een soort van grill om op te bakken.

Ook opslagtanks werden gevonden waarvan sommige erg groot en mogelijk gebruikt voor wateropslag, een noodzakelijk item in de droge maar vruchtbare Negev.

Volgens de opgravingsdirecteuren maakten deze plek in de oudheid deel uit van de landbouwstructuur in de Noordelijke Negev. De grond was geschikt voor het verbouwen van granen en het grondwater in de overblijvende stromen lokte kolonisten aan die het land wilden bewerken.

“De ontdekking van een moskee in de buurt van een agrarische nederzetting tussen Beersheba en Ashkelon, geeft de processen van culturele en religieuze verandering aan die het land onderging tijdens de overgang van de Byzantijnse naar de vroege islamitische periode,” zei professor Gideon Avni.

Lokale jeugd en inwoners van de bedoeïenenstad Rahat hielpen bij de opgravingen.