Joodse leiders in België zijn bezorgd dat antisemitisme “gewoon wordt”

Carnaval Aalst 2019. Screenshot YouTube

Joodse leiders in België zijn bezorgd over antisemitisme. Het lijkt een normaal verschijnsel geworden, waar niet of nauwelijks tegen wordt opgetreden, schrijft JTA.

Een goed voorbeeld hiervan is de carnavalsparade in Aalst, afgelopen maart. Tussen de feestvierders verscheen een zeer dubieuze praalwagen: Op de wagen stonden enorme stereotypen orthodoxe Joden, met haakneuzen, koffers met geld en zelfs een rat op de schouder.

Afgelopen augustus verscheen er in de Belgische krant “De Morgen” een opiniestuk van Dimitri Verhulst, waarin zeer verontrustende uitspraken werden gedaan. Ook verscheen er vorige maand in de kunstgalerij Bog-Art in Brussel een schilderij met een enorm hakenkruis en de woorden: ‘En God schiep A. Hitler’.

Bovenstaande incidenten zijn helaas niet ongebruikelijk in West-Europa, waar antisemitisme weer groeiende is. Het lijkt er op dat antisemitisme weer genormaliseerd wordt en dat België daarin voorop loopt.

‘Niets is uniek aan de invloed van antisemitisme in België,’ zei Joël Rubinfeld, huidige president van de Belgische Liga tegen antisemitisme. ‘Wat ongebruikelijk is, is dat we een reeks aantal incidenten hebben gehad waarbij ambtenaren, opinievormers en kunstenaars antisemitisme verdedigen. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling, waarvan ik denk dat het alleen op dit niveau in België gebeurt.’ Dat gebeurde onder andere met de carnavalsparade in Aalst, waar burgemeester Christoph D’Haese de carnavalisten blijft verdedigen.

Onlangs nog verdedigde het Centrum Vlaams Gebarentaal de opname van gebaren bij een haakneus voor het woord Jood. ‘We begrijpen dat sommigen aanstoot kunnen nemen aan het gebaar. Wij vinden alleen niet nieuwe gebaren uit, we beschrijven ze en publiceren ze in het woordenboek. Het is de oudste variant voor het woord “jood” of “joods”.

‘We hebben een opeenstapeling van antisemitische gevallen gezien waarbij de reactie even zorgelijk was als de oorspronkelijke kwestie,’ zei Menachem Margolin, directeur van de in Brussel gevestigde European Jewish Association. ‘Er is bezorgdheid dat de acceptatie van antisemitisme hier ongewone vooruitgang maakt.’

In een peiling uit 2015 onder honderden respondenten in verschillende West-Europese landen, had België een van de hoogste percentages antisemitisme, waarbij ongeveer 21 procent van de respondenten uiting gaf aan wat de ADL als antisemitisch sentiment beschouwde. Het percentage lag onder 17 procent in Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland, Denemarken, Noorwegen en Zweden.

Yohan Benizri, de president van de CCOJB-groep die Franstalige Belgische Joden vertegenwoordigt, zei dat de publieke reactie op antisemitisme inderdaad gematigder is dan in sommige andere West-Europese landen – niet omdat België een uniek antisemitisme-probleem heeft, maar vanwege culturele normen die mogelijk te danken zijn aan de geschiedenis van etnische spanningen tussen de Franse en Vlaamse bevolking van België.

Daniel Rozenberg, lid van de Stalingrad Synagoge-gemeente in Brussel, was het daarmee eens. Hoewel veel Belgische Joden bang zijn om publiekelijk als Joden te worden geïdentificeerd uit angst voor een aanval, zeiden ze dat ze zich niet onveiliger voelen dan Joden in landen met een betere reputatie voor het bestrijden van antisemitisme.

‘Ik denk dat de problemen in België uiteindelijk helemaal niet uniek zijn, maar deel uitmaken van een groter probleem waarin Joden worden beoordeeld door het spectrum van Israël, en waar reguliere media een voertuig zijn geworden om deze haat te verspreiden,’ zei hij.