Op zoek naar dat wat ontbreekt: een interview met Dorit Rabinyan

Shirah Lachmann verslaat op pakkende wijze haar boeiende en ontspannen gesprek met Dorit Rabinyan.

Rabinyans laatste boek, Onze bruiloften (Vassallucci), is inderdaad indrukwekkend. In rijke taal en rake beelden – de sfeer springt soms bijna uit de bladzijde – stelt ze Solli en Iran Azizyan en hun vijf kinderen, de zoon Maurice, de dochters Sofia, Marcelle en Lizzy en het nakomertje Matti, aan de lezer voor.
Net als in haar eerste roman, Perzische bruiden (Vassallucci), schetst Rabinyan tussendoor het verleden van Solli en Iran. Beiden hebben hun wortels in het oude Perzië; Solli werd verwekt in een klein stadje niet ver van de Turkse grens, Iran bracht vier jaar van haar leven door in Isfahan en groeide op in Calcutta.

Solli en Iran hebben een liefdevol en gelukkig huwelijk, alleen de laatste jaren is hun huis een troosteloze en onvruchtbare plek geworden. De een na de ander komen hun dochters terug uit hun huwelijk, niet in staat het te doen standhouden en dat maakt Iran volstrekt radeloos. Om nog maar te zwijgen van haar oogappel Maurice, die maar geen vrouw kan vinden, en Matti… ach Matti.

Mannen
Anders dan in Perzische bruiden staat in Onze bruiloften ten minste één man, Solli, in een gunstig licht. Hoe reageerden de mannen in haar familie destijds eigenlijk op de manier waarop zij de man portretteerde? ‘Aanvankelijk dachten ze dat ik alleen maar op visite kwam, niet om allerlei vragen te stellen. Ik vroeg mijn tante dan een bepaald recept voor me klaar te maken, hetgeen zij, gevleid, deed en geleidelijk kwamen dan de vragen en de verhalen. Maar de mannen merkten dat dit steeds weer gebeurde en ze vertelden me "Doriti, ook ik heb verhalen. Wanneer is het mijn beurt?" Ze waren zo aandoenlijk. Ik legde uit dat ik me wilde beperken tot de stem van de vrouwen, dat ik die zoveel mogelijk los wilde laten zingen, dat hún stem daarin geen plaats kon hebben. Daarmee leek de kous af, maar sommigen’, veelbetekend kijkt ze me aan, ‘belden mijn vader. "Je dochter is ondeugend, ze is zó choetspani. Je moet met haar praten." In klare taal liet Rabinyan haar vader weten dat het niet gebeurde, punt uit. Ze moesten maar een andere nicht vinden, die dan ‘Perzische bruidegommen’ kon schrijven!’

Naderhand waren ze zeer trots op mij. Maar eerlijk gezegd denk ik niet dat veel van hen het boek hebben gelezen. Ze hebben niet geleerd literatuur te lezen. Zij beleefden plezier aan mijn roem en aan het feit te kunnen beamen familie van me te zijn. En… mensen realiseerden zich nu dat ook zij een geschiedenis met zich dragen, die misschien wel net zo fascinerend en ontroerend is. Dat is hun bagage. Maar’, vervolgt ze met enige zelfspot, ‘ze zijn wel zeer verbaasd dat ik daar mijn brood mee kan verdienen.

"’Zowel Solli als Iran hebben heel veel weg van mijn ouders, vooral hun liefde voor elkaar", snel klopt Rabinyan het af. "Maar hun voorbeeld, zoals zij samen zijn, hun mate van intimiteit, maakt het nog moeilijker iets anders te accepteren dan het allerbeste. Solli is vermoedelijk ontstaan uit het feit dat mijn vader altijd afwezig was toen ik opgroeide. Hij had – en heeft – een kleine stoffenfabriek in het zuiden van Tel Aviv en hij ging altijd heel vroeg de deur uit. Ik héb wel herinneringen aan hem, maar het meest pregnante gevoel is het verlangen naar hem. Als tiener droomde ik er ook van later zakenvrouw te worden, opdat hij dan niet meer hoefde te werken."

Onderhandelen
‘Ik kan me herinneren dat ik een jaar of vijf en met hem op de hoek van de straat stond te wachten tot het licht groen werd. "Doriti, als iemand ergens vijf lira (de munteenheid vóór de sjekel, sl) voor vraagt, moet je altijd zeggen dat je er maar één hebt. Vervolgens zal