De Hollandsche Schouwburg

Joods.nl verwelkomt Rob Cassuto, die voor ons een tweewekelijkse column gaat schrijven. Vandaag de eerste, over zijn recente bezoek aan de Hollandsche Schouwburg.

Mijn naam is Rob Cassuto; ik heb drie wortels, een Indische (in Indië ben ik
geboren), een Nederlandse (in Nederland ben ik getogen en daar woon ik) en
een joodse; pas in mijn vijfde decennium ben ik goed gaan beseffen dat die
laatste wortel het diepste gaat. Over dat proces zal ik u af en toe in een
column berichten. En dan zal ook wel zo nu en dan doorklinken dat ik in de
Mediene (Nijmegen) woon en dat ik van huis uit (nou ja, welk huis eigenlijk?…) psycholoog ben.

Een paar indrukken opgedaan bij mijn bezoek aan de "Hollandsche Schouwburg"

Ik moest onlangs in Amsterdam zijn, in Zuid-Oost.
In de metro, op de terugweg naar het NS-station Amstel, was het niet echt druk. Een zwarte jongen speelde gitaar en tegelijk op zijn mondharmonica, een paar haltes en dan haalde hij de muntjes op in een verfomfaaide kartonnen ijsbeker. Ik had hem op de heenweg ook al gezien. Dat is zijn werk, de hele of halve dag een paar haltes op en neer met de metro. In alle metro’s ter wereld zijn ze nu bezig, de muzikanten.

In onze wagon waren bijna alle zitplaatsen bezet. Naast mij babbelden twee middelbare dames met elkaar. Over de kleinkinderen, over de hogesnelheidstrein, waarvoor de baan in aanbouw is: betonnen staketsels en soms bijna affe viaducten schoten aan ons voorbij en mijn blik dwaalde af naar de glazen kantoorkolossen, monsterlijke ego-paleizen die bij de Amsterdam Arena verrezen zijn en verrijzen. Arena betekent gewoon zand in het Spaans en in het Latijn, dacht ik en toen wist ik opeens, ik ga niet naar Nijmegen maar naar de Hollandsche Schouwburg.

Ik was er nog nog nooit geweest.
De gevel van de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage-Middenlaan is een beetje barok, een beetje neoklassiek, echt prettig frivool fin de siecle. Binnen is het sober en schoon.

Vanaf zomer 1942 werd het theater het decor voor een vreselijke werkelijkheid.

"De Hollandsche Schouwburg is een monument ter nagedachtenis aan de Nederlandse joden die in de Tweede Wereldoorlog werden vermoord. Tussen 1892 en 1941 was deze schouwburg een belangrijk theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. Onder de nazibezetting werd de naam veranderd in Joodsche Schouwburg, een theater voor uitsluitend joodse artiesten en joods
publiek. In de zomer van 1942 vorderden de nazi’s de schouwburg als verzamelplaats. Hiervandaan zijn 60.000 tot 80.000 mensen uit Amsterdam en omgeving gedeporteerd naar het doorgangskamp Westerbork. Vanaf 1962 functioneert de Hollandsche Schouwburg als monument." staat in een van de folders.

Op de parterre lees ik een paar van de 6700 familienamen op de zwart marmeren gedenkwand. Vele bekende, meer onbekende namen. Mijn eigen familienaam komt niet voor in de spelling van mijn tak. Ik klim naar de eerste etage. Ik bekijk daar de sobere maar uitgekiende expositie die een pregnante indruk geeft van wat er allemaal onder de Duitsers in Joods Amsterdam gebeurd is.

Nog een etage hoger hoor ik rumoer en ik ga naar boven. Daar zie ik een lokaal vol met jongens en meisjes van zo’n jaar of twaalf, een begeleidster is druk met ze aan de praat, zonder twijfel met educatief oogmerk. Ik kijk eens goed door de glazen deur.
Hee, die educatieve medewerkster, dat is M…
De les is voorbij, de deur gaat open en inderdaad, het is M., een goede vriendin, wat leuk.
Ik ga met haar en de klas die ze begeleidt naar de binnenplaats, de vroegere theaterzaal, nu gedenkplek.

De jongens en meiden – gewoon gezond rumoerig maar niet lawaaiig – gaan zitten op de stenen banken op de