De zegen en de vloek van G’d

De parasja van de week, voor kinderen verteld. Vandaag: Het volk Israël had heel veel wetten en regels te horen gekregen die G’d aan Mosjé vertelde.En Mosjé moest die aan de Koheen Gadol, de Kohaniem en daarna de mensen uitleggen.

Eigenlijk was het allemaal niet zo ingewikkeld. Je moet gewoon gehoorzaam zijn, dan gaat alles goed. Luister maar wat G’d tegen Mosjé zei:
"Als jullie beloven te leven zoals Ik jullie heb gezegd, dan zal het jullie aan niets ontbreken.
En Ik, jullie Heer, doe jullie een belofte:

  • Ik zal zorgen dat het altijd op tijd regent, zodat jullie land altijd vruchtbaar is. Jullie zullen altijd genoeg te eten hebben.
  • Ik zal zorgen dat jullie veilig en in vrede in het land kunnen leven. Jullie hoeven nooit bang te zijn, voor niets en voor niemand.
  • Ik zal zorgen dat er geen gevaarlijke wilde dieren in het land wonen.
  • In jullie land zullen jullie geen vijanden hebben waar je tegen moet vechten. Als er vijanden op jullie land komen zullen jullie sterker zijn dan zij. Jullie zullen ze op de vlucht jagen en verslaan.
  • Ik zal jullie beschermen, zodat jullie tot een groot volk kunnen uitgroeien.

"Ik ben jullie G-d. Ik heb jullie uit Egypte gered, ik heb jullie bevrijd. Ik zal voor altijd bij jullie wonen, in mijn mooie Misjkan. Ik zal jullie nooit in de steek laten. Dat is het verbond dat Ik met jullie, kinderen van Israël, heb gesloten."

  • Ziek zullen jullie worden, heel erg ziek. Hoge koorts zullen jullie krijgen, en er is niets dat jullie zal kunnen beter maken.
  • Er zal niets op jullie land willen groeien.
  • Wilde dieren zullen komen. Zelfs jullie kinderen en julie dieren zullen niet veilig zijn.
  • Vijanden zullen op jullie land komen, maar ik zal jullie steden verwoesten en het land zal onvruchtbaar zijn. Voor jullie zal er geen plaats meer zijn om te wonen in jullie eigen land.
  • Dat zal Mijn straf zijn als jullie het land geen rust geven, zoals Ik jullie heb opgedragen.
  • Als jullie niet leven volgens Mijn regels zal ik jullie wegjagen uit je eigen land. Jullie zullen moeten wonen bij je vijanden. Dat zal Mijn straf zijn omdat jullie, en jullie voorouders, niet hebben geleefd zoals Ik dat heb gezegd."

Kun je op het plaatje alles vinden waarover dit verhaal gaat?

 

Dat waren verschrikkelijke woorden! En tòch kon het gelukkig nog goed komen.
"Jullie moeten goed bedenken waarom Ik jullie zo streng straf. Jullie moeten beterschap beloven en weer gaan leven zoals Ik heb gezegd. Als Ik zie dat jullie weer aan Mij denken, dan zal Ik weer aan het verbond denken dat Ik met Ja’acov, met Jitschak en met Awraham heb gesloten, dat ik jullie nooit in de steek zal laten."

We zijn bijna aan het einde van het derde boek van de Tora. Maar Mosjé moest nog iets heel belangrijks vertellen aan de Kinderen van Israël. Het gaat over dank-je-wel zeggen.

In de tijd van Mosjé brachten mensen offers, dieren of meel of olijfolie. Dat had G’d precies uitgelegd.
Bij heel speciale gelegenheden konden de mensen zelfs een mens "offeren". Maar niet, zoals je nu misschien denkt, door hem net als een dier te offeren op het altaar. Dat deden alleen volkeren die afgoden aanbaden.

Hoe ging het dan wel? G’d leerde Mosjé dat ieder mens een eigen waarde had, in geld. Je kleine broertje was vijf zilverstukken waard en je kleine zusje drie, je vader vijftig zilverstukken en je moeder dertig. Je grote broer wel twintig zilverstuk

Advertentie (4)