Wat maakt Europa tot ‘Europa’?

"Europa is een verhaal van ‘twee steden’. Want het christendom is geobsedeerd door de spanning tussen Jood en Griek", volgens cultuurfilosoof George Steiner.

In Trouw van 29 april 2004 bespreekt Peter Henk Steenhuis de nu in boekvorm verschenen tiende Nexus-lezing die Steiner in Tilburg uitsprak.

"De idee Europa" moet over meer gaan dan landbouwsubsidies, vindt cultuurfilosoof George Steiner. Ze dient in de werkelijkheid te huizen, van koffiehuizen en cafés, van afstanden, plaatsnamen en monumenten. En Europa is een verhaal van twee steden: Athene en Jeruzalem – de Jood en de Griek.

Op 1 mei is Europa tien landen en zeventig miljoen mensen rijker. Dat gaat gepaard met veel officieel gejubel. Landen uit Midden- en Oost-Europa, die decennialang met hun gezicht naar Rusland stonden, draaien zich om. Ze ontwikkelen zich tot democratieën met redelijk functionerende markteconomieën. De inwoners voelen zich weer Europeaan. En toch zijn er maar weinig Europeanen die zich in deze verrijking verheugen. Waarom niet? Is er iets mis met Europa? Wat maakt Europa Europa?

Deze vraag levert meestal gewauwel op over landbouwsubsidies en Europese banken, over veel jaloersmakende euro’s en over een heuse Nederlandse coördinator die het terrorisme keihard gaat aanpakken. Is dat Europa, de idee Europa?

De cultuurfilosoof George Steiner boog zich vorig jaar in Tilburg over deze vraag tijdens de tiende Nexus-lezing. Steiner is wel te beschouwen als de Europeaan bij uitstek. Hij groeide op in de beste tradities van het Midden-Europese jodendom en humanisme. Zijn ouders woonden in Wenen, totdat de stad in de jaren twintig sterk antisemitisch werd en de familie naar Parijs verhuisde, waar George in 1929 geboren werd. Toen ook Parijs te gevaarlijk werd, ontvluchtten ze Europa en vestigden zich in New York.

Steiner ontwikkelde zich tot een ‘homme de lettres’, iemand die zijn geest over de meest uiteenlopende onderwerpen laat waaien. Dus ook over Europa. Maar niet over het Europa van de euro. "Het is mogelijk”, schrijft hij, "dat de toekomst van ‘de idee Europa’, als die er is, minder afhankelijk is van centraal bankieren en landbouwsubsidies, van investeringen in technologie of gemeenschappelijke tarieven, dan ons geleerd wordt te geloven.”

Wat is dan de idee Europa? Natuurlijk, ook Steiner stelt dat de idee Europa verweven is met de doctrines en de geschiedenis van het westerse christendom. Dat onze literatuur, beeldende kunst, muziek, doordesemd zijn van verwijzingen naar christelijke waarden. Maar deze abstracte en weinig originele constatering raakt niet de kern van zijn essay.

Steiner schrijft dat een bliksemafleider geaard moet zijn; dat ideeën verankerd moeten worden in de realiteit. Ook de idee Europa dient in de werkelijkheid te huizen. En dan komt Steiner met een prachtige waarneming: "Europa wordt gevormd door koffiehuizen, door cafés.” Die liggen in heel Europa. Van Pessoa’s favoriete koffiehuis in Lissabon tot de cafés in Odessa, die door de gangsters van Isaac Babel werden bezocht.

Het café is een plek voor een ontmoeting, een samenzwering, voor intellectuele discussie en roddel, voor de musicus, de dichter of metafysicus boven zijn aantekeningen. Zonder café geen Stendhal, Schubert, Lenin, Trotski, Musil, Baudelaire, Freud, Carnap, Casanova. "Teken de koffiehuiskaart van Europa en je hebt een van de wezenskenmerken van de ‘idee Europa’.”

Betekent wel dat Moskou erbuiten valt. Omdat er te weinig bepalende koffiehuizen zijn, is Moskou een voorstad van Azië. Maar opmerkelijk genoeg situeert Steiner Engeland en Ierland ook aan de rand van Europa. "Er zijn geen schaaktafels, geen kranten aan hangers