Amsterdam met hart en ziel: een weekendje reli-shoppen


Op 5 en 6 juni hielden locaties van alle religieuze stromingen die Amsterdam rijk is ‘open huis’ voor iedereen die wel eens een kijkje wilde nemen bij zijn reli-buren. Zowel deelnemers als het organiserend comité kunnen tevreden terugkijken op een waarlijk goed weekend.

Nederland mag dan al enige tijd van God los zijn, heel wat mensen gaan
graag bij de religieuze buren op bezoek. “Ik woon al jaren in deze
straat, maar ik ben nog nooit bij deze moskee naar binnen geweest. En
nu dacht ik: toch maar eens kijken. Ik vind het interessant.”

Op zaterdagmiddag is het ook opvallend druk bij de Fo Guang Shan He
Huan Tempel op de Zeedijk. Iedereen wil meedoen met de openbare
meditatiesessie. Niet alleen de grijze dame in de kleurige jurk die de
jonge Chinese gids alles wil vertellen over haar ‘geweldige reis’ naar
Indonesië, maar ook het jonge stel dat, als ze horen dat het boeddhisme
drugsgebruik verbiedt, tegen elkaar zegt: ‘Dan maar geen lijntje coke
vanavond’.

Ook jongeren blijken niet vies van meer informatie over het boeddhisme.
Twee jonge meiden luisteren aandachtig naar wat de gids te vertellen
heeft. In deze tempel, speciaal opgericht voor de Chinese gemeenschap
in Amsterdam, staat het humanistische boeddhisme centraal, zegt hij.
Dat is een sociale leer, waarin het niet alleen gaat om als individu
verlichting te bereiken, maar ook om sociaal meelevend te zijn.

De Zeedijk lijkt de ideale locatie voor humanistische idealen. Het is
een straat vol Chinese restaurants en strompelende verslaafden. Dit is
misschien de enige tempel ter wereld die niet uitkijkt op een bos of
een meer, zegt de gids, maar op de keuken van een restaurant. “Ook
uniek aan deze in de keizerlijke kleuren geel en rood geschilderde
tempel is dat je er je schoenen niet uit hoeft te doen. Als je dat wel
doet, is er namelijk een grote kans dat ze verdwijnen en in verdovende
middelen worden omgezet.”

“Met je dure prada’s naar de moskee gaan, is ook onverstandig”, zegt
een ervaringsdeskundige jonge moslim. Het is zondagmiddag -een dag
later. Net heeft hier in deze voormalige Jezuïetenkerk, die met
allerlei mozaïekwerk een islamitische transformatie heeft ondergaan,
een openbare gebedsdienst plaatsgevonden. De mannen hebben zich op de
grond geworpen, steeds weer, op de zangerige klanken van het gebed.

“Wacht, de imam moet nog mee.” Na afloop van de islamitische
gebedsdienst, luidt de vraag: passen al deze mensen in de bus? Volgens
het programma zouden 20 à 30 moslims naar kerk en synagoge reizen, maar
het zijn er wel 50. Een groep giechelende meiden, met en zonder
hoofddoek, niet omver te lopen vrouwen, stoere jonge kerels, die je
evenmin omver kunt lopen, oudere mannen met snorren, baarden en petjes,
vaste bezoekers van de Fatih moskee aan de Rozengracht, zij zitten
allemaal in de bus. Ook de man op sandalen van de christengemeente uit
Buitenveldert en de mevrouw van ‘Amsterdam met hart en ziel’ moeten
mee. En dan nog het kleine leger van de pers dat maar wat graag wil
weten hoe de moslims het vinden om naar een kerk en een sjoel te gaan.
‘Gezellig’, zeggen ze.

Minder gezellig is dat er voor de journalist en de fotograaf geen
plaats meer is. De buschauffeusse: “Het maakt mij niet uit wat er
afgesproken is. Niemand gaat staan in mijn bus.” Gelukkig dat drie
Turks-Nederlandse jongens bereid zijn om een lift te geven en achter de
bus aan te rijden.

De pastor van de roomskatholieke Vredeskerk heet de moslims welkom. Nieuwsgierig
treden ze binnen.