Leren over stereotypen en vooroordelen


Leerlingen van dertien Amsterdamse vmbo-klassen krijgen speciale lessen over het Midden-Oosten en de Tweede Wereldoorlog. Dagblad Trouw woonde een les bij.

Geconcentreerd buigen de leerlingen zich in groepjes over de cartoon.
Een mannetje met een zwarte baard wordt door een enorme vuist met
Arabische letters op de mouw, achterover geduwd, de zee in. ‘Is de man
een Europese of een Arabische jood?’, vraagt het werkblad, ‘En hoe zien
jullie dat?’

“Een Europese jood”, weet een van de leerlingen. Dan, half-vragend:
“Dat zie je aan zijn lange neus?” “Ik denk niet dat je dat zo kan
zeggen”, reageert docent-in-opleiding Saïd (22) meteen vriendelijk.
“Dat is een stereotype. Aan uiterlijke kenmerken kun je niets afleiden.
Als je dat wel doet, is het een vooroordeel. Er zijn wél religieuze
symbolen die je kunt herkennen. Bijvoorbeeld dat joden soms een
keppeltje dragen”.

Sommige scholen werden door de gemeente Amsterdam gevraagd aan het
project mee te doen, anderen informeerden zelf. “Veel leerkrachten
durven er in de klas niet over te praten uit angst partij te moeten
kiezen”, zegt Saïd. De lessen worden gegeven door leerkrachten van
Marokkaanse afkomst. “Voor de leerlingen maakt dat absoluut uit”, weet
docent Hafid M’Rabet (30). “Zo vermijd je de indruk dat ze de
Israëlisch-Amerikaanse visie te horen krijgen.” Stil luistert de klas
hoe de twee docenten de geschiedenis van de stichting van de staat
Israël vertellen. De Britse kolonisator bracht de Joden en de
Palestijnen in een moeilijke positie door hen allebei een eigen staat
te beloven, leggen ze uit.

Op de cartoon ‘de erfenis’, uit 1947, staan rechts twee kleine figuren:
één in Arabische kleding, de ander in korte broek en hemdsmouwen. Links
staat een lange dunne man met hangsnor, tropenhelm en golftas. In zijn
hand heeft hij een al smeulende bom waarop ‘Palestina’ staat. Bij de
vraag ‘Welk land stelt deze persoon voor?’, vullen de meesten
‘Engeland’ in. Een enkeling schrijft meteen: ‘de joden’.

“Deze leerlingen missen veel informatie”, zegt M’Rabet. “Zij zijn
geboren toen het conflict al volop gaande was. Hun ouders hebben ook
vaak weinig achtergrondkennis. Veel leerlingen zien de Israëliërs als
westerlingen die tussen Arabieren wonen. Ze weten niet dat zij ook
oorspronkelijke bewoners van het gebied zijn, sámen met de Arabieren.”

Een deel van de problemen in het Midden-Oosten komt voort uit het
trauma dat de joden meedragen sinds de Holocaust, verklaart M’Rabet het
feit dat die thema’s samen worden behandeld. M’Rabet wil de leerlingen
zo objectief mogelijk informeren. “En ze ermee confronteren dat het ook
hen had kunnen overkomen. Ze hebben foto’s gezien van lijken, van de
gaskamers. Als ik dan tegen ze zeg: ‘Stel je voor dat dat je vader is’,
zie je hun blik veranderen. ‘Zoiets kán niet’, vinden ze dan
verontwaardigd.”

“Ik wist er helemaal niets van, van wat er tijdens de Tweede
Wereldoorlog met de joden is gebeurd”, zegt Amal Korchi (15). “Ik vond
het heel erg toen ik dat hoorde.” “Hartverscheurend”, zegt Anouar El
Morabet (14). “De joden hebbben daar nu nog steeds emoties van.”

Hij hoopt dat in het Midden-Oosten door te praten een oplossing wordt
gevonden. Thuis denken ze er anders over. “Mijn familie geeft de
Israëliërs de schuld. Ik vertel wel wat ik hier leer.” Korchi: “Ik ook.
Mijn ouders weten wel wat van de oorlog, maar niet precies wie wat deed
en welke landen erbij betrokken waren.”

“Zo slaan we misschien twee vliegen in één klap”, zegt docent M’Rabet.
Toch vraagt hij zich af of de juiste groep wordt bereikt. “De jongeren
die de herdenking verstoorden, hingen altijd op straat en gingen niet
meer naar school. Met dit project voorkomen we alleen dat deze
leerlingen hier, in de toekomst zoiets doen.”

Volgende week heeft de klas nog een les over het huidige conflict
tusse