Vaticaanse oorlogsarchieven blijven nog zeker 50 jaar dicht

Rabbijn Shmuel Herzfeld, vice-voorzitter van AMCHA, eist openstelling van de Vaticaanse archieven om inzicht te krijgen hoeveel tijdens WO II gedoopte Joodse kinderen na de oorlog niet aan hun ouders zijn teruggegeven. Volgens het Vaticaan toont de over deze kwestie onstane onrust aan wat de gevaren zijn van niet-professioneel archiefonderzoek.

Het bericht dat oorlogspaus Pius XII opdracht zou hebben gegeven om gedoopte Joodse kinderen niet aan hun ouders terug te geven werd gretig door de media opgepikt. Toen bleek dat het document met die instructie niet van de paus afkomstig was, dat het al even onwaarschijnlijk is dat ze van het staatssecretariaat was uitgegaan en het dus al even onwaarschijnlijk is dat het om een officieel document gaat werd er niet gerectificeerd. Het document was in het Frans opgesteld en was niet terug te vinden in de officiele archieven van de nuntiatuur in Parijs. Bovendien ging het om de overdracht aan joodse instellingen en niet aan joodse ouders.

De prefect van de Geheime Archieven van het Vaticaan, pater Sergio Pagano, bekritiseert de Coalition for Jewish Concerns AMCHA en haar vice-voorzitter omdat deze een op voorhand ingenomen standpunt koste wat kost wil ‘bewijzen’ en daardoor de geschiedenis zou kunnen verdraaien.

Pater Pagano maakte eerder aan de Italiaanse krant Avvenire bekend dat slechts een handvol specialisten de documenten onderzoekt over de relaties tussen het Vaticaan en Duitsland tussen 1922 en 1939. Die archieven werden vorige herfst opengesteld, ruim voordat dit gepland was. Zeven werknemers werkten ook drie jaar lang aan het verzamelen en inventariseren van ca. drie miljoen documenten in verband met de hulp van de Heilige Stoel aan oorlogsgevangenen in WO II. Dat materiaal is sinds mei vorig jaar toegankelijk: "Maar tot op vandaag kwam slechts een tiental Europese geleerden die archieven raadplegen",aldus de archivaris, die eraan toevoegt: "Soms lijkt het erop dat sommige geleerden, die mogelijk te veel weerklank vinden in de media, de opening van de archieven eisen alsof ze zich een toegang willen verschaffen tot een geheime vesting. Maar als de deuren opengaan en de documenten geraadpleegd kunnen worden, komen diegenen die belangstelling leken te hebben niet opdagen of blijkt het alleen maar om een toeristisch bezoek te gaan."

Het Vaticaan wijst erop dat archieven in principe pas na 50 tot 100 jaar worden opengesteld. Dat is een praktijk die door alle staten in de wereld aanvaard wordt. Dat maakt dat de oorlogsarchieven van vele landen nog steeds niet toegankelijk zijn, terwijl het Vaticaan al wel een deel van zijn archieven heeft opengesteld en een inventaris heeft gemaakt van de andere documenten. Bovendien heeft het Vaticaan al behoorlijk grote inspanningen gedaan om al enkele secties open te stellen, terwijl men anderzijds vaststelt dat er nauwelijks geleerden bereid gevonden worden om ze te onderzoeken.

Het Vaticaan heeft wel plannen om het volledige archief van het pontificaat van paus Pius XI (1922-1939) volgend jaar voor onderzoek open te stellen. De archivaris wijst erop dat het verzamelen, inventariseren en klaar maken voor raadpleging van de documenten een gigantisch werk is. Bovendien wordt elk document dubbel gecontroleerd op details als handgeschreven bemerkingen of andere bijkomende informatie. "Dat is een lang, zenuwslopend en moeilijk werk", aldus pater Pagano. Hij onderstreept nog dat het feit dat men archieven enige tijd laat ‘rusten’ er ook voor zorgt dat documenten niet vernield worden of niet misbruikt worden door diegenen die te dicht bij die periode leefden. Toch bestaan er enkele uitzonderingen. Zo krijgt een postulator wel toegang tot de arc