
Zelfs de Israëlische kranten besteedden nauwelijks meer dan een regel of 20 aan het overlijden, vrijdag 18 maart jl., van de Israëlische dirigent en musicus Gary Bertini. Boaz, trouw lezer van joods.nl, maakt die omissie goed.
Gary Bertini: een meestal vriendelijk lachende, slanke man met kort
zwart haar, dat al diepe inhammen vertoonde toen hij nog tamelijk jong
was. Gary Bertini, de onbekende grootheid op het gebied van de
klassieke muziek in Israël. Zelfs de Israëlische kranten hebben
nauwelijks aandacht besteed aan zijn overlijden, meer dan een berichtje
van een regel of twintig hebben ze niet aan hem besteed. Dat was alles,
niet eens een foto. En dat is voor mij onbegrijpelijk, omdat Bertini
een van de veelzijdigste klassieke musici in Israël was.
Veel is er inderdaad niet over zijn persoonlijke leven bekend. Ik denk,
dat hij dat zo wilde, want hij gaf maar hoogst zelden een interview en
hij was heel vaak op reis. Maar dan nog is er over deze grandioze
musicus genoeg te vertellen. Gary werd in 1928 geboren in Bessarabia in
Oost-Europa, Zijn vader, K.A. Bertini, was een bekend dichter en
vertaler en zijn moeder was doctor in de biologie. Gary studeerde
muziek in het Italiaanse Milaan en vertrok in 1947 naar het toenmalige
Palestina. In Tel Aviv vervolgde hij zijn muziekstudie, die hij later
afrondde aan het Parijse Conservatorium. Hij studeerde o.a. bij Arthur
Honegger en Olivier Messiaen.
Na zijn terugkeer uit Frankrijk componeerde hij de muziek voor diverse
theaterproducties, enkele Israëlische films en voor een aantal
dansvoorstellingen. Na de stichting van de staat groeide hij uit tot
een invloedrijk figuur in de Israëlische klassieke muziekwereld.
Het Israëlische publiek was altijd al gewend uit te gaan en concerten
te bezoeken. Het concertleven stond ook voor 14 mei 1948 al op
een heel hoog peil. Maar aan klassieke zang was men nog niet zo gewend.
Het was Bertini, die daar verandering in bracht. In 1955 richtte hij –
met het doel de zangkunst te bevorderen – het Israëlisch Kamerkoor
“Rinat” op. Die naam is moeilijk met een woord in het Nederlands te
vertalen, maar het betekent zo ongeveer “Lied van Vreugde”. Het koor
bestond bij zijn oprichting uit onderwijzers, studenten, kibboetsniks
en arbeiders. Een vreemd mengelmoesje, maar Bertini wist het koor zo te
enthousiasmeren, dat het binnen de kortste keren niet alleen op
internationaal niveau stond, maar ook al in 1956 op de Eerste
Amateurkoren Olympiade in Parijs de eerste prijs won. Het koor had een
uitgebreid repertoire van religieuze muziek, o.a. getoonzette psalmen,
zestiende eeuwse koorwerken van Orlando di Lasso en Monteverdi tot
uiterst moderne composities als die van Darius Milhaud met als
“specialiteit” de werken van jonge, hedendaagse Israëlische componisten
als Partos, Seter en Ben Haïm. Na het succes in Parijs volgden vele
optredens in binnen- en buitenland: Amerika, Frankrijk, Duitsland,
Oostenrijk en Italie. En radio- en TV-opnames. Weldra verschenen ook de
eerste grammofoonplaten met simpele namen als “Rinat” en “Israël”.
Maar Bertini zat niet stil en in 1965 richtte hij nog een ensemble op:
het Israëlisch Kamerorkest, dat hij tien jaar lang zelf zou leiden. Het
ensemble had door zijn gedurfde programmering ook veel invloed op
andere orkesten in het land en zorgde zo voor een uitbreiding en
modernisering van het standaard-repertoire.
In 1975 gaf hij zijn baton door aan een opvolger om gehoor te kunnen
geven aan de vele uitnodigingen voor gastoptredens in het buitenland.
Hiij dirigeerde onder meer het Keuls Symphonie Orkest, het B.B.C.
Symphonie Orkest, het Metropolitan Orkest van Tokio, het Kölner
Rundfunk Chor und Orchester, koor en orkest van het Theatre National in
Parijs, het London Philharmonic Orchestra, het Bamberger Symphonie
Orkest en het City of Birmingham Symphonie Orkest.












