![]()
De enorme meningsverschillen in de wereld onderstrepen het morele dilemma nu ook de laatste juridische procedures hebben bepaald dat de Amerikaanse Terri Schiavo niet langer kunstmatig in leven hoeft te worden gehouden. Het besluit de voedingssonde niet terug te plaatsen gaat in tegen de halacha, de joodse wetgeving.
Bij besprekingen van medische behandeling van ongeneeslijk zieken,
hebben naast de component van menselijk lijden, ook de omhoogschietende
kosten van gezondheidszorg, in het bijzonder de hoge kosten in de
laatste zes maanden van het leven van de patient, vaak geleid tot de
oproep “zinloze” behandelingen te stoppen. Wanneer er bijna
onbegrensde therapeutische opties voorhanden zijn, maar de economische
middelen beperkt, kan het zijn dat de maatschappij niet bereid is
om “nutteloze” behandeling aan patienten te verstrekken, als men
weet dat er geen verbetering van de situatie mogelijk is.
In seculier-ethische discussies worden met het begrip ‘medische zinloosheid’
verscheidene kwesties aangeduid die slechts marginaal verband houden met elkaar.
De zinloosheid van behandeling wordt vaak verward met “futiliteit” van
het leven. Volgens de Tora is elk moment van het leven intrinsiek
waardevol, het leven zelf is nooit futiel. Rabbijn Shlomo Zalman
Auerbach, een belangrijke halachische autoriteit van de vorige
generatie, wijst erop dat wij geen “maatstaf” hebben waarmee we de
waarde van het leven kunnen meten. Zelfs voor een dove, dementerende
persoon – onbekwaam om welke mitswot dan ook te kunnen doen – moeten
wij de Sjabbat overtreden om zijn leven te redden.(1) Het ligt niet
binnen onze morele jurisdictie om te beslissen welke levenskwaliteit
“niet levenswaardig” is en daarom onwaardig voor behandeling.(2)
De enige componenten die voor een halachisch debat in aanmerking komen zijn die
zaken die betrekking hebben op de zinloosheid van medische behandeling.
Vanuit een Joods perspectief moeten wij ons afvragen of de arts
de behandeling kan tegenhouden en of de patient zinloze therapie kan
weigeren.
Medisch zinloos handelen volgens de halacha
De intrinsieke waarde van het leven impliceert niet noodzakelijkerwijs
dat elke patient in elke instantie moet worden behandeld. Het betekent
evenmin dat wij de voorkeur geven aan de dood ten opzicht van een
leven met extreme pijn.(3) Rabbijn Auerbach schrijft dat wij kunnen
bidden voor de dood van een terminaal zieke patient (4) die ontzettend
veel pijn heeft, maar wij mogen nooit om het even wat doen om zijn dood
te bespoedigen. Hij erkent ook dat inactiviteit soms de beste
benadering is wanneer het leven “slecht en bitter is” (5) Ondanks de
verplichting om zelfs de ziekste patienten te behandelen, is het wel zo
dat patienten zelf beperkte autonomie hebben om behandeling te weigeren
in
een terminale situatie, in het bijzonder wanneer zij voortdurend pijn
hebben.(6)
Medische zinloosheid is een erkend concept in de joodse wet.(7) Een
behandeling die geen verbetering van de situatie zal opleveren is
een voorbeeld van medisch zinloos handelen Reanimatie van een
terminaal zieke patient wiens het hart heeft opgehouden te werken –
niet vanwege een hartafwijking maar omdat de patient het punt heeft
bereikt waarop zijn lichaam het leven niet meer kan ondersteunen – is
echt zinloos en mag worden tegengehouden.(8) Het is mogelijk dat de
patient weer opknapt, maar de hartstilstand zal bijna zeker binnen
zeer korte tijd terugkomen.
Het reanimeren van een gezond individu met een onregelmatig
hartritme ter voorkoming van een plotselinge dood is een ander
verhaal.
Als de reanimatie succesvol is, kan de hartritmestoornis worden
behandeld en kan de patient nog lang verderleven. Het is
vanzelfsprekend dat in het laatste geval de patient moet worden
gereanimeerd omdat
de behandeling nuttig en soms zelfs












