
De vandaag gekozen paus Benedictus XVI, de Duits kardinaal Joseph Ratzinger, staat al ruim twintig jaar aan het hoofd van de congregatie voor de geloofsleer en is daarmee de vertolker en hoeder van de opvattingen die het Vaticaan over de afgelopen jaren heeft uitgedragen over diverse onderwerpen, waaronder de relatie van de roomskatholieke kerk tot het Jodendom.
Ratzinger (78) is sinds meer dan twintig jaar het hoofd van de
congregatie voor de geloofsleer en daarmee de vertolker en hoeder van
de opvattingen die het Vaticaan over diverse onderwerpen de afgelopen
jaren heeft uitgedragen. In een verklaring in 1987 zei Ratzinger over
de dialoog met het Jodendom dat deze is “gebaseerd op ons verbond met
het geloof van Abraham, maar ook de realiteit van Jezus Christus,
waarin het geloof van Abraham zijn vervulling vindt.” Secretaris Eugene
Fisher van de Amerikaanse bisschoppelijke commissie voor de relaties
met het Jodendom, heeft de uitspraak van Ratzinger die tot veel
commotie leidde, na overleg met de kardinaal toegelicht. “De
kardinaal had de bedoeling om te zeggen dat het geloof van Abraham
‘voor ons’, [daarmee doelend op de katholieken,] zijn vervulling in
Jezus vindt.”
In 2001 verklaarde de toenmalige kardinaal dat de kerk
wacht tot het moment waarop de Joden ja zullen zeggen tegen Christus.
In antwoord op de vraag of de Joden Jezus zouden moeten erkennen als
verlosser, zei Ratzinger “Dat geloven wij. Maar het is ook onze
overtuiging dat Christus de verlosser van Israël is.”
In 2001 publiceerde het Vaticaan een uitvoerig document, getiteld Het Joodse volk en de heilige geschriften in de christelijke bijbel.
Het document is vervaardigd door de Pauselijke commissie voor de Bijbel
en van een voorwoord voorzien door Ratzinger. Daar staat, met
instemming van de voormalige aartsbisschop van München, dat
“het Joodse messiaanse verlangen niet voor niets is”.
Lees verder op Hakehillot Nieuws dat deze tekst binnen een uur na de ‘witte rook’ al ter beschikking had.












