Een eeuw Albert Cuyp markt


De moeder van alle markten, de Albert Cuyp in Amsterdam, bestaat 100 jaar. Jaarlijks komen zes miljoen mensen er hun boodschappen doen. Voor de oorlog waren de marktkooplieden voornamelijk Joden.

Hoewel bijna niemand het begin van de markt heeft meegemaakt, wil het
Comitee Eeuwfeest dit jubileum niet zomaar voorbij laten gaan. In de
komende maanden worden er koopzondagen georganiseerd (de eerste daarvan dus opo 16 mei), opgeluisterd door
een zangfestival, een fototentoonstelling en een
kinderstandwerkersconcours. Ook komt er een jubileumboek uit.

In 1905 besloot de gemeente Amsterdam dat er op de Albert Cuypstraat,
tussen de Frans Hals- en de Sweelinckstraat, een vrije markt mocht
worden gehouden. De venters hoefden niet te betalen voor een plaatsje,
maar hadden ook geen recht op een plaats. Wie het eerst komt, wie het
eerst maalt, was de achterliggende gedachte.

Het moet een spectaculaire opening zijn geweest op die zaterdag de 7de
juli. Een politieagent loste een schot, waarna de venters het met hun
karren op een lopen zetten om de beste plaatsen te veroveren. De markt
duurde tot in de late uurtjes; de kraampjes werden verlicht door
olielampen. Er werd vooral Hollandse vis, groenten en fruit verkocht.
Later boden de marktlui steeds meer levensmiddelen en ook kleding te
koop aan.  

Voor de oorlog waren de marktkooplieden voornamelijk van joodse
afkomst. Dat veranderde in 1941 toen er maatregelen kwamen die de
deelname van joden aan het openbare leven sterk inperkten. Artikel 2
verbood joden onder meer ‘het directe of indirecte deelnemen aan
openbare markten en veilingen’. Op de markt verschenen bordjes met
daarop: ‘Voor joden verboden’.

Niet alleen veel joodse gezinnen werden door de nieuwe wet getroffen,
maar ook vele niet-joden die werkzaam waren in de handel.
Kramenverhuurders, leveranciers en eigenaars van koffiehuizen liepen
door de maatregelen veel klandizie mis.  

Na de oorlog krabbelde de Albert Cuypmarkt weer uit het dal. Het ging
goed met de handel en het aantal kramen en marktbezoekers nam toe. Eind
1955 telde de Cuyp 240 bezette plaatsen, veel meer dan voor de oorlog.

Zo’n vijftien jaar later, toen er steeds meer buitenlanders in
Amsterdam kwamen wonen, werd het marktassortiment uitgebreid. Er kwamen
kramen met bijvoorbeeld schilderijen en Surinaamse producten, zoals
kousenband en bakeljauw.Tegenwoordig is vrijwel alles te koop op de
Albert Cuyp, meubels, speelgoed, lingerie, sieraden… kunt het zo gek
niet bedenken.

Het systeem wie het eerst komt, wie het eerst maalt, is verreweg
achterhaald. Vandaag de dag wordt ’s ochtends om 09.00 uur op straat
een aantal nog openstaande marktplaatsen verloot onder ‘sollicitanten’.
Dat zijn marktkooplui die geen vaste plaats hebben, maar wel met hun
hele hebben en houwen naar de Pijp toe komen in de hoop nog een
plaatsje te bemachtigen. De sollicitanten staan op een wachtlijst voor
een vaste plaats, maar het kan wel twintig jaar duren eer ze daarvoor
in aanmerking komen.   

Omdat zingen en de Albert Cuyp altijd onlosmakelijk met elkaar
verbonden zijn geweest, – onder andere Heintje Davids en Andre Hazes
traden er op – moet het zangfestival tijdens de speciale zondagmarkt
van 5 juni het hoogtepunt van het Eeuwfeest worden. Het festijn wordt
gepresenteerd door zanger Harry Slinger en de deelnemers, die uiteraard
alleen Nederlandstalige muziek ten gehore mogen brengen, kunnen een
optreden winnen in Theater Carre.

De feestelijkheden van vandaag worden overschaduwd door het onverwachte
overlijden vorige week va

Advertentie (4)