Een seider in de mediene


Rob Cassuto besluit onverwacht toch voor het eerst zelf thuis een seider te organiseren en ontdekt dat een seider in wezen niet anders is dan even deel uitmaken van die hele grote optocht die alle eeuwen door bezig is uit Egypte op te trekken.

Zo zaten we toch nog onverwacht zaterdagavond met z’n vieren aan de
seidertafel. Drie gasten uit heel verschillende hoeken aan mijn tafel
aangeland.

Onverwacht dook Ruth, een oude vriendin van mij, op in mijn
medienestad, na vier jaar Israël; we maakten zo’n beetje weer opnieuw
kennis met elkaar en omdat ik al met het plan in mijn hoofd zat om eens
een keer zelf een seideravond te organiseren en zij haar Jodendom vrij
precies praktiseert en in deze streken nog niet veel medejoden kent,
besloten we een week geleden toch op de eerste seideravond er samen
‘wat aan te doen’. Na die eerste principebeslissing nog een paar andere
mensen uitgenodigd, twee goede vrienden van mij – want met ietsje meer
is het toch leuker – onder verzekering dat het meer een experiment was,
een soort proefseidertje.
Maar ja, je kan al op je vingers uitrekenen, als je aan zoiets begint…

En zo ging ik een paar dagen later vanuit mijn oostelijke woonstee naar
Amsterdam. Eerst naar het kleine Judaica winkeltje in Buitenveldert om
een seiderbord te kopen, een mooi simpel blikken exemplaar met
duidelijke afbeeldingen van wat er op die seideravond aan symbolische
zaken op moet liggen, de scherp smakende mierikswortel, de bittere
kruiden, het botje en het ei, en het smakelijke appelprutje: de
charoset.
En toen naar de kosjere kruidenier: even verderop in Buitenveldert,
voor de matzes, de wijn, de druivensap en nog wat andere zaken en een
pot met gefilte fisj, die ik niet kon laten staan (als voorgerecht
dacht ik meteen).
Gaandeweg de week sloeg een lichte koortsigheid toe.
De Haggada, het oude rituele routeboek met zijn vele verhalen,
gebruiken en gebeden, moest worden bestudeerd, wat komt waar, wanneer
en hoe. Muziek moest worden verzorgd want als weinig geoefende
seideraars hebben we muzikale ondersteuning bij de gebeden en de
liederen extra nodig.
De maaltijd moest bereid, in dit geval op vrijdag, voor het begin van
de sjabbat, want de seider valt uitgaande sjabbat, op de zaterdagavond,
en ik houd me maar zoveel mogelijk aan de regels. Vrijdagochtend kreeg
mede dank zij de inspanning van mijn daarvoor extra bestelde
huishoudelijke hulp de keuken nog een extra beurt.

En zo zaten we toch nog onverwacht zaterdagavond met z’n vieren aan de
seidertafel. Drie gasten uit heel verschillende hoeken aan mijn tafel
aangeland.

Tegenover mij zit Ruth, haar halflange donkerblonde haar vertoonde al
sporen van wat grijs. Boven haar lange rok draagt ze een wat
hippie-achtig aandoend wit bloesje. Een parmantig brilletje geeft haar
tengere gezicht een sophisticated look. Ik ken haar nog uit het
muziekwereldje van mijn medienestad als Rietje. Dat was in de tachtiger
jaren. Intussen is ze een paar jaar geleden naar Israël gegaan en daar
is ze uitgekomen – bekeerd zegt ze zelf een beetje ouderwets – en heeft
ze vier jaar in Tsfat gewoond.
Naast haar zit Lisa, een stevige, gevulde vrouw met een wijdse jurk, fluweeldonkere ogen en een flinke bush donker haar.
Lisa is medelid van mijn Joodse gemeente en ze is kunstenares.

Naast mij zit Louis, net als ik even in de zestig en kaal, zijn
gezicht, bebrild, is wat scherp getekend door een vermoeiende dag die
hij achter de rug heeft.
Ik ken Louis uit het alternatieve circuit, waar ik jaren lang als
cursusorganisator heb gewerkt, maar wat ons vooral nader tot elkaar
heeft gebracht is, dat we allebei Joodse jongens zijn, die in de oorlog
zijn geboren en die jaren hebben in ons de nodige sporen achtergelaten.
Louis heeft zijn eigen speciale geschiedenis . Al snel na het begin van de seider komt daar i

Advertentie (4)