
Een hart- en handenverwarmende kippen’soep’ uit de woestijntent in Shacharut, in de Negev, zo’n 70 km ten noorden van Eilat. Eenmaal gegeten en nooit meer vergeten…
Eind november 1996 was ik in opdracht van Near East Tours, het toen nog
bestaande reisbureau van El Al, op rondreis door Israël, ter orientatie
op en voorbereiding van een nog te organiseren reis met als thema
‘eten en koken’.
Mijn reisgezelschap bestond uit Nederlandse
reisbureau-medewerkers die onder de bezielende leiding van de Israëlische
Society for the Protection of Nature in Israël SPNI een
onvergetelijke kennismaking met Israël beleefden.
Twee dagen reisden we door de Negev. Na een comfortabele overnachting
in Mitzpe Ramon reden we steeds dieper het verpletterend prachtige
landschap in, en met een laatste gloeien van een vlammende
zonsondergang bereikten we de bedoeienentent (tegenwoordig Shaharut Inn
genaamd) van Sefi, een Israëli die Bedoeinse gastvrijheid in praktijk
brengt zonder (althans toen) al te opzichtig commercieel te zijn. ‘In
the middle of nowhere’ kreeg op die plek echt betekenis: de met dikke
kleden gedekte ’tent’ ligt op een kale heuveltop met niets dan ruimte
eromheen, en heel in de verte wazige bergtoppen.
Zodra de zon was verdwenen dook de temperatuur onder nul. Mijn
reisgenoten en ik zaten bibberend van de kou om platte ijzeren schalen
met gloeiende houtskool, in afwachting van de maaltijd. Wat we kregen
is sindsdien in mijn smaak- en geurgeheugen gegrifd: gekookte kip met
rijst. Eenvoudiger kon het niet, en lekkerder ook niet.
Ik heb het Woestijnkip genoemd, maar eigenlijk was het ook kippesoep.
Koop bij de poelier echte soepkip, of zoals mijn kippenboer op de markt
het noemt, een ‘harde kip’, met stevig vel (daarin zit de smaak) en
vet. Je kunt het gerecht grotendeels van te voren maken, alleen het
garen van de rijst moet kort voor het opdienen.
Je hebt nodig voor Woestijnkip:
|












