LJG: Sidra Behaalotcha, Bemidbar (Numeri) 8:1-12:16


Het volk begon de Eeuwige zijn nood te klagen. Toen de Eeuwige dat hoorde ontstak hij in woede, en het vuur van de Eeuwige laaide op en greep om zich heen aan de rand van het kamp. Het volk riep Mosje luid om hulp en Mosje bad tot de Eeuwige. Toen doofde het vuur.

“Zo’n inzicht in het gebed genereert iets dramatisch: je zult ontdekken dat je gebeden vaker beantwoord worden” (Lessen voor Tegenwoordig)

HET COMMENTAAR VAN DE WEEK

Rav Kook schrijft: “De uitdrukking “tot God bidden” is
ongebruikelijk. De Tora zegt vaak alleen maar “hij bad” – we begrijpen
dan dat het gebed tot God gericht is. Maar er is nog een reden waarom
de zin “tot God bidden” afwijkt van het gangbare beeld”.

Het Hebreeuwse werkwoord lehitpalel – “bidden” – is een wederkerend
werkwoord. Dit onderstreept dat het gebed een spirituele en emotionele
weerslag heeft op de ziel. De toestand van bezinning wekt, gericht,
emoties op die dieper gaan dan het normale “bereik” van de ziel.

Het is correct om te spreken over een gebed “voor God”. Dit betekent
dat men zijn hart en zijn geest instelt op het overpeinzen van Gods
aanwezigheid, middels het gebed. Maar het is niet realistisch om te
verwijzen naar een gebed “tot God” of “tot aan God”. Inzichten die men
verkrijgt door intellectuele studie en reflectie zijn van een geheel
andere orde dan de inspiratie die men opdoet middels het gebed. “Tot
aan God” bidden zou de suggestie wekken dat men zijn geest gebruikt om
iets te ervaren van de Schepper, en dat onze ziel op de een of andere
wijze deze staat van emotionele verheffing zou kunnen bereiken.

Daarom legden de Wijzen deze pasoek uit in die zin dat Mosje “tegen”
God gebeden zou hebben. Mosje worstelde met de beperkingen van tefila
[gebed]. Zijn heilige ziel was helemaal in de greep van zijn wens om
een staat van perfectie te bereiken, en wel in die mate dat zijn
inspiratie zijn intellectuele verstaan van de Goddelijke voorzienigheid
oversteeg. Dit fenomeen doet zich soms voor bij zachtmoedige mensen,
die daarmee iets van de zuiverheid laten zien van hun innerlijke drang
om naar het goede en het perfecte te streven


Gelezen  wordt:
Dasberg choemasj deel II, blz. 75-86
Haftara: Zecharia 2:14-4:7
Dasberg choemasj deel II blz.: 250




Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.

Vertaling: Rachel Reedijk

Voor het origineel zie www.kolel.org/pages/5763/behaalotecha.html