
De Eeuwige zei tegen Mosje: ‘Zeg tegen Aharon en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:
Moge de Eeuwige je zegenen en beschermen.
Moge de Eeuwige Zijn licht over je laten
stralen en je liefde geven.
Moge de Eeuwige altijd bij je zijn
en je met vrede omgeven.
Als zij Mijn naam over het volk uitspreken, zal Ik de Israëlieten zegenen.’ (Wajikra [Leviticus] 26:41-42)
| “Een enkele keer komt men woorden tegen die een buitengewoon eenvoudige vorm hebben, maar een indrukwekkende invloed. De priesterzegen is daar een voorbeeld van.” (Lessen voor Tegenwoordig) |
HET COMMENTAAR VAN DE WEEK
Ibn Ezra legt de priesterzegen regel voor regel uit. Hij zegt:
Moge de Eeuwige je zegenen: Moge de Eeuwige je leven verlengen en je welstand doen toenemen.
En beschermen: God zal beschermen wat hij vermeerderd heeft en voorkomen dat iemand het steelt.
Moge de Eeuwige Zijn licht over je laten stralen. Dat heeft
dezelfde betekenis als ‘Het stralende gezicht van de koning brengt
leven’ (Misjle [Spreuken] 16:15). Dit betekent: moge God zijn gelaat op
je laten schijnen als je iets van Hem vraagt wanneer je het vraagt.
Moge God je aanvaarden en moge het Zijn wil zijn om je verzoek in te
willigen.
En je liefde geven. Als je God een wens voorlegt als het leven
moeilijk is geworden, moge Hij dan genadig voor je zijn. De Hebreeuwse
woordstam van de uitdrukking Wiechoenekka (‘moge Hij genadig
zijn’, of ‘moge Hij liefde geven’) is dezelfde als in soortgelijke
uitdrukkingen in I’jov [Job] 19:21 – Heb medelijden, vrienden, heb
medelijden met mij – en in Beresjit [Genesis] 33:5 – ‘Dit zijn de
kinderen die God in zijn goedheid aan mij, je dienaar, heeft
geschonken.’
Moge de Eeuwige altijd bij je zijn. Dit is het omgekeerde van de
uitdrukking bij Jesjajahoe [Jesaja] 1:15: Wanneer jullie je
handen opheffen, wend ik mijn ogen af, ook als je aanhoudend bidt,
luister Ik niet. Het betekent, zoals ik al zei: Waar je gaat zal
Mijn blik op je gericht zijn.
En je met vrede omgeven. De betekenis is gelijksoortig aan
“Geen kwaad” – van stenen, wilde dieren of enigerlei vijand – “zal je
raken” (I’jov [Job] 5:19).
| Gelezen wordt: Dasberg choemasj deel II, blz. 75-86 Haftara: Sjoftim [Rechteren] 13:2-25 Dasberg choemasj deel II blz.: 249 |
Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.
Vertaling: Nico Vissel
Voor het origineel zie www.kolel.org/pages/5763/naso.html












