Parsja 39 Naso (Bemidbar/Numeri 4:2-7:89)


NASO (neem op): Hier volgen verdere opdrachten inzake het transport van de Tabernakel. Daarna wordt opgedragen iedereen die ritueel onrein is, weg te zenden. Dan volgt een richtlijn voor wie zaken ontvreemd heeft.

Als een man zijn vrouw van ontrouw verdenkt, volgt de voorgeschreven
procedure. Voorts wordt de wet op het nazireeerschap vermeld: een
nazier is iemand die vrijwillig een gelofte op zich neemt gedurende een
zekere tijd. In die periode mag zij of hij geen wijn drinken of wat dan
ook van de wijngaard eten, dan wel andere sterke drank gebruiken.
Voorts moet haar/zijn hoofdhaar niet geschoren worden en zij/hij mag
zich niet verontreinigen aan een overledene. Aan het einde van de
periode brengt hij/zij een offer in de Tempel, scheert het hoofd en
hervat het normale leven. De kohaniem moeten het volk zegenen. Het
Heiligdom krijgt van alle stammen dezelfde geschenken.

Koheen, 4:1-37
De
telling van de stam Levi gaat verder met de familie van Gersjon voor
mannen tussen 30 en 50 jaar, die de tentkleden van de Tabernakel
droegen onder supervisie van Itamar. De familie Merari moest de
planken, balken, pilaren en voetstukken, pinnen en touwen vervoeren.

Levi, 4:38-49
Voor sjira (zingen) en sjemira (bewaking) kon men na zijn 50e doordienen.

Levieten begonnen met de Tempeldienst op hun dertigste. In het Beet
haMikdasj te Jeruzalem gold geen maximum leeftijd. In het Misjkan in de
woestijn was de verplichte pensioenleeftijd vijftig jaar omdat de
onderdelen van het Heiligdom dragen zwaar was.

3e alija, 5:1-10
Drie
onreinen worden uit het kamp gestuurd. De metsora (melaatse) werd ook
het Jisra’eelkamp uitgestuurd maar een zav (aan vloeiing lijdende)
mocht alleen het Levietenkamp en het Sjechina-kamp niet binnen. Iemand
die onrein was door contact met een dode werd alleen uit het Misjkan en
het voorhof geweerd maar mocht wel in het Levietenkamp. Een zondaar
moet zijn zonden belijden en onrechtmatig verkregen geld teruggeven met
een boete voor ’t slachtoffer.

4e alija, 5:11-6:27
Hierin
worden de voorschriften van een Sota (dame die van ontrouw wordt
verdacht) en de Nazier (die een gelofte heeft gedaan om geen wijn meer
te drinken) en de Birkat Kohaniem (de priesterzegen) besproken. Wanneer
een echtgenoot zijn vrouw waarschuwt zich niet af te zonderen met een
andere man en zij dit toch doet, moet hij zijn vrouw naar de koheen
brengen in het Beet haMikdasj. Daar wordt een gersteoffer gebracht
zonder olie of specerijen, omdat dit een zeer onplezierige zaak is. Men
neemt wat water uit het kijor (wasbassin), aarde van de Tempelgrond en
schrijft een stuk over uit de Tora over ontrouw van de Sota. Daarna
wordt dit boven het water uitgewist. De koheen laat de vrouw zweren dat
zij onschuldig is of vraagt haar toe te geven dat ze schuldig is. De
drank zal haar schaden bij overspel maar haar goed doen als ze
onschuldig is. De bedoeling van de procedure is de harmonie tussen man
en vrouw te herstellen. G’d laat Zijn heilige Naam uitwissen om de
huiselijke vrede te bevorderen.

Wanneer iemand een Naziergelofte aflegt, is dat meestal voor een
maand. Hij mag dan geen wijn drinken, druiven eten, rozijnen of
druivenpitten of druivenschillen eten. Hij mag zijn haar niet scheren

Advertentie (4)